De Daodejing – een samenspel van hoofdstukken

Een van de redenen dat de Daodejing ondoorgrondelijk lijkt is het feit dat de 81 hoofdstukken hun ware betekenis pas prijsgeven als ze allemaal tegelijk worden meegenomen in de interpretatie. In de Daodejing is overal sprake van een samenspel van de allemaal min of meer met elkaar verweven hoofdstukken.

Ons bewuste brein is hiertoe niet in staat, maar ons onbewuste kan dat wel. Als we de Daodejing maar blijven lezen, elke dag een beetje, nooit zonder concentratie, een hoofdstuk lezen in tram, bus, trein, vliegtuig, wachtkamers en perrons, dan dringen we langzaam in de Daodejing door.

Lezen van de Daodejing om snel klaarheid te krijgen, werkt averechts; de Daodejing zal je dan ontgaan. De precisie die wij westerlingen met taal vaak nastreven, zul je voor een goed begrip van de Daodejing moeten afleggen. Dan kun je nauwelijks (precies) te benoemen zaken gaan doorgronden.

Neem het begrip 'wu-wei', niet-doen. Pas als je als lezer dit begrip zoals gebruikt in onder andere de hoofdstukken 2, 3, 10, 27, 37, 38, 43, 47, 48, 51, 53, 57, 63, 64, 74, 80, 81 goed tot je hebt laten doordringen, kun je beginnen te begrijpen wat er wordt bedoeld.

En daarna kun je het misschien gaan toepassen en dingen inderdaad vanzelf laten gebeuren omdat je kunt leren aansluiting te vinden bij het natuurlijke, dat wat vanzelf zo gaat, zonder nog te forceren. Zo schrijft een goed schrijver een boek, zo voedt een goede ouder een kind op – allemaal als vanzelf, zoals de Weg doet zonder te doen.















* * *