Over Hollandse fado

Recensie De Limburger
Persstemmen
Interview HD
Fragment
Over de fado
Fado in mij
Lissabon - Lisboa





Ontdekking van de fado in mij
door Bartho Kriek
Bulletin / Boletim no 59, mei-juli 2003,
Centro Cultural Holanda-Portugal-Brasil

In 1996 was ik bij een dierbare op bezoek met wie het slecht ging. Terwijl we praatten werd ik getroffen door de voor mij nieuwe muziek die op stond: 'Conta errada' van Amália Rodriguez. Hier klonk de keerzijde van het alom optimistisch geleefde leven, en de muziek raakte me extra diep doordat het met mij zo goed ging dat ik bijna vergeten was dat ik, als kleuter al blues-liefhebber, dit soort radicale droefheid ook in me had sluimeren.

Ik kocht de cd voor een habbekrats (echt goede dingen zijn soms belachelijk goedkoop), en Amália's fado's waren een enorme herontdekking van het donkere in mezelf. Heel intrigerend was dat Amália, duidelijk een verlegen persoon, met zo'n rauwe kracht haar hele hebben en houden over je uitstortte. Dit was niet alleen maar een treuren, hier werd de luisteraar willens en wetens iets onloochenbaars ingeprent.

En dan de taal: ingehouden, vol nasale klanken, met bochten en krullen, met babyachtige keel-r's, ingeslikte klinkers. Al die klanken stonden voor de gevoelens van dat eigenzinnige volk op de rand van Europa, eigengereid met zijn rug ernaartoe gekeerd, een volk dat veel sterker leek te voelen dan de meeste Nederlanders. Wat deed al dat geredeneer van nuchtere Hollandse pragmaten er ook toe, het ging om gevoelens en dan vooral om de allersterkste, dus die betreffende de liefde.

Die taal, die in z'n dagelijkse vormen al poëzie was, wilde ik leren. Ik begon in Boa Sorte deel 1 en kocht meteen ook maar een schotelantenne om Portugese tv en radio te ontvangen.

Intussen was een oud verhaal van mijn hand een roman aan het worden: het vastgelopen leven van een man van 40 jaar genaamd Huizing, anno 1958. Dat was helemaal Amália-tijd, ontdekte ik. En toen kwam een veel grotere ontdekking: het leven van mijn personage Huizing was een fado. Je moet de fado niet willen definiëren, hij is alleen te ervaren, maar je kunt er wel van zeggen dat er totale overgave bij komt kijken aan de keerzijde van het leven, aan het onvermijdelijke echec. Dat nu was precies wat mijn hoofdpersoon bezig was te doen - om er gereinigd en sterker uit te komen, zo bleek overigens pas een poos later.

Bijna de helft van Hollandse fado schreef ik in een prachtige novembermaand in een hotelkamer in Lissabon, ondertussen de taal verder lerend en de stad verkennend.

Vaak wordt gedacht dat fadista's en mensen die van fado houden maar droevige figuren zijn. Niets is minder waar, het zijn vaak de te blijmoedigen, de te optimistischen, zij die het sterkst vasthouden aan kinderillusies als 'que tudo é felicidade e tristeza não há' (‘dat er alleen maar geluk is en dat droefheid niet bestaat’, te horen in Amália's fado 'Que Deus me perdõe'). Al te levenslustige dromers die zij zijn, hebben ze behoefte aan tegenwicht, om niet te vergeten dat iedereen alleen is en alles voorbijgaande illusie.

Er is een nieuwe cd uit van Mariza, 'Fado curvo'. Aanvankelijk was ik enigszins teleurgesteld, zo hoog waren mijn verwachtingen. En haar 'Primavera' haalt het niet bij die van Amália uit 1970 ('The Art of Amália'), Maar wat ben ik jaloers op een cultuur die trots is op zijn taal en identiteit, en die dit soort kunstuitingen blijft doorgeven en voortbrengen.

* * *






Valid XHTML 1.0 Strict

Valid CSS!