Over Hollandse fado

Recensie De Limburger
Persstemmen
Interview HD
Fragment
Over de fado
Fado in mij
Lissabon - Lisboa










De tweede roman van Bartho Kriek
over een brandende liefde, Haarlems Dagblad

Het verdriet van Haarlem-Noord
Martin Hendriksma

Haarlem, 1958. De laatste resten van het pittoreske dorpje Schoten worden verpulverd door de nieuwbouw  benoorden de Jan Gijzenkade, de Velsertunnel is net geopend, en in de talrijke arbeiderswoningen wordt de yoghurt nog uit de fles geschonken, geserveerd met beschuit en suiker. Het is datzelfde jaar dat de Haarlemse archiefmedewerker Koos Huizing, tobbend met zijn huwelijk, hopeloos verliefd raakt op zijn nieuwe, exotische collega Louise. Onder ‘de mooiste van de boom van de stad’ met ‘de glanzende bladeren van een tere, bijna te proeven kleur groen’ (de paardenkastanje, kortom, bij het Stedelijk Gymnasium) mag hij voor het eerst haar hand vasthouden. En ‘hij is blij, als een kind met een cadeau’.

Brandende liefde in een provinciestad, het lijkt geen héél origineel thema in de nieuwe, tweede roman van de Haarlemse schrijver/vertaler Bartho Kriek (49). Maar zijn boek Hollandse fado, dat morgenmiddag om half vijf bij boekhandel De Vries wordt gepresenteerd, gaat nog een stap verder. Door zijn boek te situeren in 1958 - aan de vooravond, zeg maar, van de moderne tijd – wil Kriek de teloorgang van de Nederlandse cultuur beschrijven. Hoe de asfaltwegen en fantasieloze nieuwbouwwijken daarna genadeloos zouden afrekenen met het oorspronkelijke, nederige landschap. ‘Het verdriet van Nederland’ noemt hij het zelf, en dan gesitueerd in Haarlem-Noord.

Zo’n boek zou snel iets weg kunnen krijgen van een pamflet, maar daar is bij Kriek geen sprake van. Zijn schrijfstijl is gloedvol, nergens prekerig en het nadrukkelijk aanwezige decor in het boek heeft een mooie tegenhanger gekregen in de dagelijkse beslommeringen van Koos Huizing. Kriek, grinnikend boven een espresso in een Haarlems café: ,,Hij droomde als jongen van de zeevaart, van verre landen, en belandt vervolgens als archiefmedewerker in het centrum van Haarlem. Ook dát zegt van alles over de Nederlandse volksaard.’’

Hoe schrijf je een boek dat zich eind jaren vijftig afspeelt? Niet door het verleden volledig te willen reconstrueren, vindt Kriek. ,,Er werd toen bijvoorbeeld een heel andere taal gesproken. Als je dat nu als dé spreektaal van toen opvoert, wordt een boek al snel oubollig. Het zit ‘m meer in kleine details. Kinderen die op straat spelen, het ontbreken van de televisie, en de overal aanwezige rij auto’s langs de stoep, die was er toen ook nog niet.’’ 

Zijn boek gaf hem, zoals gezegd, de kans die kleine wereld tot leven te wekken en de modernisering aan de kaak te stellen. Maar eigenlijk vindt hij dat elk goed boek zich in het verleden afspeelt. ,,Die roep om meer actualiteit en straatrumoer in de literatuur begrijp ik niet. Ik heb eens een boek vertaald van Ann Beattie, vol merknamen om het de schijn van het hier en nu te geven. Heel geforceerd in mijn ogen. Actueel willen zijn, is meestal niet literair. We kennen de actualiteit zelf immers al zo goed.’’

Een tweede roman op je negenenveertigste, het is een tikkeltje aan de late kant. Lange tijd ging Krieks bestaan grotendeels op aan vertalen. Elf boeken van Singer, drie keer Kurt Vonnegut, drie keer Philip Roth, Paul Auster, Ishiguro, Michael Frayn - ‘het slorpte me volledig op. En als je boeken van zulke grootheden vertaalt, bedenk je je wel drie keer voordat je zelf probeert te publiceren. Want schrijven is kwellend als het niet lukt. De sleutel is dat je jezelf moet durven zijn, dan schrijf je vanuit je uniciteit.’’

Of Hollandse fado daarmee een autobiografisch boek is? Ten dele. Behalve zijn woonplaats Haarlem deelt Kriek ook het verlangen naar andere landen en culturen met zijn hoofdpersonage Huizing. Hij leefde al eens een jaar met vrouw, baby en een klein zakje met geld in een grotendeels verlaten dorp in de Ardèche. Voor de beslissende hoofdstukken van Hollandse fado vertoefde de schrijver vier weken in Lissabon, een heerlijke tijd. ,,Portugal en Nederland zijn complementair. Het optimisme en de nuchterheid van de Nederlander tegenover de fataliteit en de emoties van de Portugees. En in Portugal bestaat, in tegenstelling tot hier, een groot respect voor de eigen taal en cultuur.’’

Hoeveel dagen zal Bartho Kriek eigenlijk nog als Haarlems schrijver te boek staan? ,,Natuurlijk heb ik me ook weleens afgevraagd of ik me niet voorgoed in Portugal moet vestigen", zegt hij. ,,Je kunt er goedkoop leven en de taal spreek ik al.’’ Na een korte stilte: ,,Maar als je in Haarlem getogen bent, kom je daar nooit meer van los. Ik vrees dat ik eenmaal in Portugal Haarlem weer zo mooi ga vinden.’’

 

‘Hollandse fado’, Bartho Kriek. Uitgeverij Atlas, f 39,90. 





Valid XHTML 1.0 Strict

Valid CSS!