Over Hollandse fado

Recensie De Limburger
Persstemmen
Interview HD
Fragment
Over de fado
Fado in mij
Lissabon - Lisboa






De pers over Hollandse fado

Toen ik jong was, bestond ik in vormen van het leven, dat komen zou: een vervoerend de wereld doorstormen, een
lied en een eindlijke vrouw.
Aan deze beroemde regels van J.C. Bloem moest ik denken bij het lezen van de nieuwe roman van Bartho Kriek, Hollandse fado. [...] In Hollandse fado wordt een schitterend tijdsbeeld gegeven van de jaren vijftig.'
Arno v.d. Plank, Boeken2000


'Er waren momenten dat het boek me ergerde. Maar toen ik het uit had, bleef het tot mijn verbazing nog lang door mijn hoofd spoken.'
-Frank van Dijl, Algemeen Dagblad (17-6-00)

‘…een prachtjongen, hij is vijftien, hij heet Guus en hij
woont in Hollandse fado van Bartho Kriek. […] Hollandse
fado bevat meer melodieën dan dit warme lied over de
grote jongen en zijn vader, maar voor mij zal het altijd het verhaal blijven van Guus die zijn vader redt, een van die verhalen waar je een tijdje in kunt geloven. Verhalen die je nodig hebt, staat er in het boek, want er zijn alleen maar verhalen, sommige wat echter dan andere. Hollandse fado is zo’n echt verhaal. Over kinderen en wat ze te bieden hebben: bescherming. Prachtig.’
- Koen Eykhout, De Limburger (19-5-00)

‘Kan hij [Huizing] met haar [Louise] zichzelf worden en zijn remmingen vergeten? Of vormen zijn remmingen juist de kern van zijn karakter? Deze bewust trage en bewust niet-spottende roman gaat over iemand die exact dat moet ontdekken. Het woord fado in de titel suggereert weemoed, verlangen, nostalgie, een besef van vergankelijkheid, van futiliteit misschien ook. En dit alles in 1958, in een sfeer die zo nuchter Hollands is als men zich maar kan voorstellen. Kan dat? Bartho Kriek heeft het bewezen.’
- Niek Miedema, Vrij Nederland (26-4-00)
 
‘Het is vooral de sfeer in “Hollandse fado” die de lezer zal bij blijven. Kriek tekent tot in de kleinste alledaagse, vernederende details het uitzichtsloze leven van een man die in zijn werk en huwelijk gestrand is. Alles wordt nog eens versterkt door de benepenheid van de jaren vijftig. Meer dan eens deed dit realistische proza mij aan Voskuil en Reve denken – ook zij hebben er een handje van om het menselijk bedrijf als saai en grijs af te schilderen. Toch heeft Kriek een eigen stem, droef en slepend tegelijk, die in ”Hollandse fado” volledig tot zijn recht komt.’ 
- Gerrit Jan Zwier, Leeuwarder Courant (14-4-2000)

‘Door de gedetailleerde beschrijving van stoelzittingen, kasten, het licht dat door de vitrage op de planten valt, de “vertrouwde lucht van oude longen en darmen” in de gang, weet Kriek een verstikkende wereld op te roepen, die hij schrijnend laat contrasteren met de verliefde mijmeringen van Huizing.’ 
- NRC 21-4-00

‘Zo’n boek zou snel iets weg kunnen krijgen van een pamflet, maar daar is bij Kriek geen sprake van. Zijn schrijfstijl is gloedvol, nergens prekerig en het nadrukkelijk aanwezige decor in het boek heeft een mooie tegenhanger gekregen in de dagelijkse beslommeringen van Koos Huizing.’ 
– Martin Hendriksma, Haarlems Dagblad (28-3-2000)



J.C. Bloem: AANVAARDING

Toen ik jong was, bestond ik in vormen
Van het leven, dat komen zou:
Een vervoerend de wereld doorstormen,
Een lied en een eindlijke vrouw.

Het is bij dromen gebleven;
Ik heb, wat een ander ontsteelt
Aan het immer weerbarstige leven,
Slechts als mogelijkheden verbeeld.

Want ik wist door een keuze verloren
Ieder ander verlokkend bestaan.
Ik heb dan ook niets verkoren,
Maar het leven is voortgegaan.

En het eind, dat ik wilde ontvluchten,
Is den aanvang gelijk, dien het had:
Onder Hollandse regenluchten,
In een kleine Hollandse stad.

Ingelijfd bij de bedaarden
Wordt het hart, dat geen tegenstand bood.
Men begint met het leven te aanvaarden
En eindlijk aanvaardt men de dood.




Valid XHTML 1.0 Strict

Valid CSS!