Baruch de Spinoza (1632-1677)

 








 

 

 

 

 

Wallace Stevens (1879-1955)













Inspiratoren

Baruch de Spinoza (1632-1677)

Je hoeft niet in Spinoza's werk te geloven om er ondersteboven van te raken en met andere ogen om je heen te gaan kijken. Wij zijn gewend onze gevoelens te beschouwen als in de eerste plaats iets van onszelf, we associëren ze met een actieve instelling en initiatieven, maar Spinoza spreekt in zijn Ethica van aandoeningen (vertaling Nico van Suchtelen) en lijdingen, dingen die we door oorzaken van buitenaf, passief dus, ondergaan.

Spinoza was hypermodern omdat zijn werk vol hyperlinks zat, ook al bestonden die nog lang niet. Als er ooit een bruikbaar elektronisch boek komt, zal de Ethica een van de eerste werken zijn die ik ermee zal lezen.

Voor iedereen die iets met psychologie heeft, is deel 3 van Spinoza's Ethica, 'Aard en oorsprong van de aandoeningen' een must. Je zult je eventuele geloof in alle mogelijke idealistische hersenspinsels er even voor opzij moeten zetten, maar de beloning is enorm: een subliem overzicht van het gevoelsleven van de diersoort mens, plus de kans op een prachtig gevoel van bevrijding in wat Nietzsche het hoogst bereikbare noemde: de 'amor fati', de liefde voor het lot.

Belangrijke stelling: 'alles kan een hartstocht worden'.

een fraaie Engelstalige website



Wallace Stevens (1879-1955)

Het was winter 1973 en ik wilde schrijver worden. In café Marietje in de Westerstraat kwam vaak de alcoholist Jan de Jong. Hoewel oud en morsig, meestal groen snot in zijn baard, was hij een ironische toeschouwer, als hij tenminste niet vechtend met een van de andere alcolholisten over de grond rolde of half bewusteloos van de drank in zijn stoel zat. Hij at zo weinig dat hij bijna niks meer woog. Een keer had ik hem achter op de fiets, er stond een ijskoude wind die volgens mij tot het merg van zijn botten doordrong, maar hij bleef vrolijk kouten. Ik was bang dat hij van mijn fiets waaide. Ik had respect voor hem omdat ik had gehoord dat hij een keer een dichtbundel had gepubliceerd. Een keer toen het gesprek over schrijvers ging, mummelde hij vanachter zijn baard iets onverstaanbaars. Iets in de nadruk waarmee hij sprak, maakte me nieuwsgierig. Na enkele malen 'Wat zeg je?' riep hij me toe: 'Er is maar één groot schrijver op de wereld.' 'En wie is dat dan wel?' zei ik. Zijn antwoord verstond ik ook pas na een paar keer: 'Wallace Stevens.' Dat was mijn eerste kennismaking met Wallace Stevens.

Een paar jaar later, tijdens mijn studie Nederlands, kwam ik Wallace Stevens tegen in Abrams, Natural Supernaturalism, en wel als moderne vertegenwoordiger van het Romantische streven de mens het geluk (voor zover haalbaar, neem ik aan) te brengen.

Al jaren verdiep ik me bij vlagen in Stevens' verzameld werk. Soms, na intensieve studie, bijvoorbeeld aan de hand van het kritische werk van Frank Kermode, denk ik dat ik het werk begin te begrijpen. De gedichten worden dan onmiddellijk doods en oninteressant. Gedichten worden net als romans geschreven om te worden ondergaan. Ik leg het boek weg. Een half jaar later begin ik er weer in en intrigeert en betovert het me weer. Wallace Stevens, directeur van een verzekeringsmaatschappij en toch een van de grootste dichters van de 20e eeuw.

Curieus: brief van een priester over de dood van Wallace Stevens, hierin wordt beweerd dat Stevens zich op het laatst nog bekeerd zou hebben tot het katholicisme, net als Voltaire.

* * *





Valid XHTML 1.0 Strict

Valid CSS!