/> Untitled Document

 





Johan Bel
Ger en Titia
Brigitte en Harrie
Matthijs Beeren
Roeland Schaeffer
Hans Kloos
Janine en Lia (RTL)




Basisinkomen
Ondertitelen doen we ernaast en is fijn als basisinkomen. Het verlost ons van de enorme druk die je hebt als je als freelancer uitsluitend van stukken schrijven moet leven. Veel ondertitelaars doen er natuurlijk andere dingen naast: het vertalen van nonfictie of literatuur, tolken, muziekrecensies schrijven, of romans...






Stoppen?
Soms heb je het idee dat je je aan het ondertitelen zou moeten ontworstelen, onzin gewoon. Ik was Emma Brunt een keer aan het interviewen en die zei: 'Ik heb al vaak gedacht: ik moet dat ondertitelen er eens bij gaan doen. Ik zit zo vaak te niksen omdat ik op een telefoontje wacht of omdat ik geen inspiratie heb.' Een heel journalistiek leven achter de rug, en dan willen gaan ondertitelen, wie zijn wij dan om te denken dat je zoiets niet eeuwig kan doen.

Interview met ondertitelaar Brigit Kooijman
Ondertitelaars-journalisten Brigit Kooijman en Harrie van der Meulen vormen sinds vijftien jaar een koppel, zowel zakelijk als privé. Een interview met de vrouwelijke helft.
door Bartho Kriek, ergens in 2001

Vorig jaar zijn Brigit en Harrie beiden gestopt met ondertitelen, 'vanwege de slechte honorering'. Harrie heeft inmiddels een internetantiquariaat (google boekwinkeltjes.nl en dan 'Fritz', en Brigit is full-time journaliste, in het bijzonder voor NRC Handelsblad.

Altijd al richting journalistiek
Ik was op m'n 17e muziekwetenschap gaan studeren [in Utrecht] en ik wilde muziekjournalist worden. Het leek me wel wat om de School voor Journalistiek erbij te gaan doen, en op een dag liep ik eens binnen. Daar zaten allemaal van die existentialistische jongens in zwarte coltrui en met een donkere blik in de ogen. Ik schoot er een aan: 'Weet jij waar hier het secretariaat is?' 'Hoezo?' 'Nou, ik wil hier misschien gaan studeren.' 'Nou, dat willen we allemaal wel.' Ik draaide me om en liep weg. Ik denk er nog wel 's aan terug en hoop dan dat die jongens die me daar wegjoegen nu bij de Weesper Courant of zo werken...

Brigit en HarrieIk heb m'n propedeuse Engels gedaan en daarna de inmiddels opgeheven opleiding Vertaalkunde aan de UvA. Na m'n doctoraal ging ik op de telefooncentrale van de Perscombinatie (tegenwoordig PCM) werken, we woonden vlakbij aan het Oosterpark. Dat bezorgde ons een mooi basisinkomen. Daarnaast vertaalden we twee jaar van alles, ook stukken voor de Volkskrant, meestal spoedwerk. Soms drie stukken in één week, dan weer wekenlang niks. We zeiden ook wel 'nee', want vaak moest een stuk dezelfde of de volgende dag af en zo snel werken we niet, zeker toen niet. De snelheid wordt niet bevorderd door met z'n tweeën te werken, de kwaliteit wel.

Ondertitelen bij AVailable
Eind 1993 solliciteerden we samen bij AVailable. We zouden dezelfde toelatingstest krijgen als bij het NOB en ik wist van oud-studiegenoten dat die heel zwaar was. Ik twijfelde of ik 'm zou halen, want mijn kennis van het Engels was erg schools. En hoewel ik altijd bewondering had gehad voor ondertitelaars, had ik ook niet zo'n zin om voor de commerciële omroepen te werken, soaps en B-films vond ik toen nog een beetje te min. Maar Harrie heeft me overgehaald. Zijn algemene ontwikkeling en kennis van de Engelse en Amerikaanse cultuur waren toen veel beter dan de mijne. Ik was weer wat beter in de schoolse dingetjes omdat ik propedeuse Engels en het Instituut voor Vertaalkunde had gedaan, en sowieso op school altijd beter had opgelet.

We zeiden tegen Peter van Loenhout dat we samen gingen ondertitelen en daarom ook als koppel beoordeeld wilden worden. We kwamen erdoorheen en kregen samen met andere beginners ondertitelles van Martijn Kock. We waren erg onder de indruk van one-liners als: 'Je moet niet vertalen wat er gezegd wordt, maar wat er bedoeld wordt.' We wisten helemaal niks, we hadden nog nooit een ondertitelcomputer van dichtbij gezien. Na een week kregen we ons eerste eigen programma mee, de Britse miniserie Intimate Contact. Op de ondertitelset die we inmiddels thuis hadden staan, deden we twee weken over de eerste aflevering van drie kwartier. We dachten telkens 'die instellingen kloppen helemaal niet! Het kan nooit dat we zo weinig ruimte hebben!'.

Inmiddels ben ik erachter dat het niet uitmaakt of je nu Woody Allen vertaalt of Oprah Winfrey, het werk is hetzelfde en makkelijke films of programma's bestaan niet. Verder ben ik sommige van die zogeheten trash-programma's gaan waarderen. Oprah Winfrey vind ik nu leuk, ik steek er veel van op over Amerika. Harrie kan erg genieten van een goeie B-politie-film, waar hij op tv niet zo snel naar zou kijken.

Ondertitelaar!
Begin 2000 begonnen we onze rubriek Ondertitelaar! in de Volkskrant. Het was een oud idee dat al twee jaar in een la lag. Harrie zit altijd vol ideeën, sommige noteren we en bewaren we tot we er iets mee gaan doen. We hadden toen al dingen voor de Volkskrant geschreven, bijvoorbeeld een stuk voor het reiskatern over het Draaiorgelmuseum hier in Haarlem en een lifestyle-achtige serie in de kleurenbijlage.

Behalve de ondertitelaars zelf weet bijna niemand hoe ondertitelen in z'n werk gaat. Het leek ons leuk voor de krantenlezer om op een speelse manier met het ondertitelvak kennis te maken. De grap was dat ze het zelf konden proberen omdat we er van begin af aan die 'prijsvraag' in hadden zitten, waarbij de prijs was dat je titel op t.v. werd uitgezonden. We legden het voor aan de redactie en men was enthousiast. Het zijn twintig wekelijkse afleveringen geworden. Het aantal inzenders schommelde rond de 150, met als uitschieter 350. Toen de eerste aflevering in de krant stond, werden we na een uur al gebeld door een redacteur van Dag in Dag uit die verbijsterd meldde: 'Er zijn al 20 e-mails binnen!.' Dat scheen heel veel te zijn. Ondertiteling bleek behoorlijk te leven in Nederland. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, vindt de kijker het wel degelijk interessant en belangrijk. Al is en blijft het natuurlijk maar een klein onderdeel van het leven, er hoort zo nu en dan aandacht in de media voor te zijn.

Journalistiek en ondertitelen
Er zijn meer ondertitelaars die ook journalistiek werk doen, en zo gek is dat niet. Een ondertitelaar kan schrijven, comprimeren en interpreteren, en dat is in de journalistiek allemaal van belang. Mensen die van de School voor Journalistiek komen, hebben vaak geen zin om bij de dagbladen te werken, zo ontdekte ik onlangs. Ik maakte een reportage over Haarlem 105, een plaatselijk radiostation. Daar was toen een stagiaire van de School voor Journalistiek. Ze zei: Ik hou van human-interest-dingen, politieke en maatschappelijke kwesties interesseren me niet zo. Ze wilde graag bij BNN gaan werken, en ze vertelde dat veel klasgenoten van haar ook die kant op wilden. Dat verbaasde me, ik had nog steeds dat beeld van die zwarte coltruien.

Er zijn veel overeenkomsten tussen ondertitelen en journalistiek, vooral wat betreft interviewen. Als je een film vertaalt, hoor je mensen praten en geef je zo goed mogelijk weer wat ze zeggen: je maakt een verhaal. Nou, dat doe je ook als je iemand interviewt. En als je een interview maakt, moet je, net als bij het ondertitelen, de zaak inkorten. Twee uur band uittikken en publiceren, kan eenvoudigweg niet.

Door Ondertitelaar! zijn we in contact gekomen met een min of meer gepensioneerde copywriter die altijd oplossingen instuurde. Hij bracht ons op het idee voor een volgende rubriek: Sla uw slag en win een zin, later afgekort tot 'Sus & Wez'. Lezers konden daarin reclameslagzinnen verbeteren. We hebben toen een vaste jury geformeerd, anders dan bij Ondertitlaar!, toen we elke week een eindredacteur moesten zoeken die voor jury wilde spelen. Die reeks was een iets minder groot succes dan Ondertitelaar!, maar liep toch ook heel aardig, en ook daar is weer iets uit voortgevloeid. Die copywriter was vroeger ook journalist geweest en hij stimuleerde ons om ook andere dingen te gaan doen in de journalistiek. Het eerste interview voor de interviewserie Lusten & Lasten dat ik deed, was met een oude vriend van hem uit de reclame die inmiddels renteniert op Bonaire. Het is een lastige rubriek, de interviewkandidaten mogen niet te beroemd zijn, maar voor 'gewone' mensen is het vaak nogal een schok om hun levensverhaal zwart op wit te zien, waardoor ze soms terugschrikken voor publicatie. Vandaar mijn voorkeur voor half-bekende mensen, vaak schrijvers, zoals Lodewijk Wiener en Nicolien Mizee.

Brigit en Harrie










Samenwerking
Mensen vragen altijd hoe die samenwerking tussen Harrie en mij gaat. Bij AVailable vroegen ze zich in het begin steeds af: wie heeft die ondertitelvertaling gemaakt, Harrie of Brigit?, maar we doen het echt samen. Aanvankelijk deed Harrie het spotten en ik de vertaling, waarna hij alles nakeek. De laatste tijd spot en vertaalt hij meestal, en kijk ik het na. We hebben ook allerlei andere vormen van samenwerking uitgeprobeerd, bijvoorbeeld dat hij dingen in boeken en op internet opzocht zodat ik zo vlot mogelijk door kon vertalen.

We werken al 15 jaar samen. Eerst met het vertaalwerk voor de krant, dat ging lang niet altijd even makkelijk: soms zaten we uren over een zin te soebatten, tot diep in de nacht. Achteraf blijkt al dat gedoe een investering te zijn geweest die zich nu terugverdient. Tegenwoordig hebben we aan een half woord van elkaar genoeg. Als Harrie een sterretje in een tekst heeft gezet, begrijp ik meteen waarom. Een prettige bijkomstigheid is dat we hebben geleerd goed met kritiek om te gaan, of liever gezegd ik heb dat geleerd, want Harrie kon dat altijd al. In het begin voelde ik me steeds aangevallen, en op een gegeven moment besef je dat je allebei alleen maar naar het beste resultaat streeft. Kritiek wordt dan iets dat helemaal los van je persoon staat, je leert je ego uit te schakelen. Als er tijd voor is, laat ik m'n stukken vaak aan anderen lezen. Soms krijg ik ongezouten kritiek. En zo'n moeite als ik daar vroeger mee had, zo blij ben ik er nu mee. Met eindredactie-commentaar in de ondertitelwereld heb ik eigenlijk nooit moeite gehad. Integendeel,ik vind het een prettig idee dat iemand met scherpe blik kijkt naar ons werk, en ons voor eventuele blunders behoedt.

Bij ons journalistieke werk gaat het zo: Harrie is de man met de ideeën, ik voer ze uit, en samen doen we de afwerking. Harries vader is journalist, en lang voordat we journalistiek werk deden, zat Harrie altijd al vol ideeën voor artikelen. Hij leest heel veel kranten en eigenlijk was hij een soort droogzwemmer in de journalistiek. Toen de eerste voorzichtige pogingen om onze artikelen aan de man te brengen slaagden, hadden we een heel opschrijfboekje vol om mee verder te gaan.

We bereiden de interviews samen voor, in de keuken als ik aan het koken ben of zo. Dan zegt hij: 'Je moet dat en dat niet vergeten te vragen', of: 'Zorg dat je dat en dat eruit krijgt.' Ik neem het interview af. Weer thuis doe ik hem verslag van het gesprek, hij zit dan in gedachten het verhaal al te maken. Het is wel gebeurd dat zijn gezicht betrok en dat hij zei: 'O jee, volgens mij zit daar geen verhaal in.' Achteraf bleek hij dan gelijk te hebben. Het omgekeerde komt ook voor: ik kom een beetje mismoedig thuis omdat er niet uitgekomen is wat ik hoopte, en dan licht tijdens mijn relaas zijn gezicht op: later blijkt het dan altijd een geslaagd interview te zijn.

Voor die Lusten & Lasten-interviews praat ik meestal zo'n twee uur met mensen.Ik neem het gesprek op en maak daarnaast aantekeningen. Soms heb ik de zaak zo goed in m'n hoofd dat ik de band niet nodig heb. Daarna moet ik het gesprek in die 1100 woorden persen, dat betekent dus heel veel weglaten. Het uitwerken duurt een paar dagen. Tot een paar maanden geleden was ik er dan constant mee bezig in mijn hoofd, maar dat begon me erg te storen. Het is niet leuk voor de kinderen als hun moeder steeds in hoger sferen verkeert, en het kwam de kwaliteit ook helemaal niet ten goede. Je kunt je beter drie of vier uur per dag optimaal concentreren en het daarna loslaten, dan dat je voortdurend loopt te piekeren over het beste brugje tussen twee alinea's. We hebben altijd alle kans gehad van de Volkskrant om onze ideeën uit te voeren. De afgelopen drie, vier jaar hebben we zeer diverse dingen gedaan, variërend van een groot artikel over 'wat te doen bij geweld op straat', in de vorm van een rondetafelgesprek met zes deskundigen, tot een reportage over het Vertalershuis en een interview met een SM-meesteres over de beste attributen voor beginnende sm-ers. De laatste tijd doen we het wat rustiger aan, het werd een beetje te gek, die drang om ons steeds weer in nieuwe genres en nieuwe onderwerpen te storten.

Verder
De journalistiek is een onzekere branche, wat ook is af te leiden uit de reorganisaties en fusies. Vandaar dat we behalve voor de Volkskrant ook voor een maandblad zijn gaan werken, Toekomstmagazine, een glossy voor middelbare scholieren dat gratis wordt verspreid op scholen. Daar doen we ongeveer één artikel per maand voor.

Ik vond het NOB vroeger iets arrogants hebben, zo van 'wij waren er het eerst en dus zijn we de besten', maar voor Ondertitelaar! hebben we veel contact gehad met NOB-ers, en ik kan niet anders zeggen dan dat de meesten ontzettend kundig zijn en veel liefde hebben voor het vak, al weet ik dat de omstandigheden daar gunstiger zijn dan elders.

We ondertitelen al zo'n jaar of acht en dan is het wel relaxed werken. We vragen tegenwoordig altijd films en programma's met een verre deadline, heel af en toe doen we een spoedklus. Alleen ondertitelen zou ik waarschijnlijk wel geestdodend vinden. Op een gegeven moment heb je alle trucjes door, maar dat wil niet zeggen dat het tempo nog steeds omhoog gaat, ook omdat we er geregeld een week of wat helemaal uit zijn.

Vroeger vroegen we nooit wat voor ondertitelklus we gingen krijgen, tegenwoordig proberen we te voorkomen dat we bijvoorbeeld een documentaire krijgen over motorcross of een ander onderwerp waar we weinig affiniteit mee hebben. Dan is het lastig ondertitelen. In een aflevering van dat beroemde Britse kookprogramma met die twee dikke keukenprinsessen, gingen ze eens lamsbout klaarmaken. Voor ons als vegetariërs viel dat niet mee. Na al die jaren in het vak durven we wel een beetje eisen te stellen, zeker nu we onze eigen apparatuur hebben. Zoals ik er nu tegenaan kijk, kan het best zijn dat we ons hele leven blijven ondertitelen. Het is een mooi ambacht.

Gezin


* * *





Valid XHTML 1.0 Strict

Valid CSS!