Johan Bel
Ger en Titia
Brigitte en Harrie
Matthijs Beeren
Roeland Schaeffer
Hans Kloos
Janine en Lia (RTL)















Interview met Titia en Ger Beijering


de rijtjeswoning

door Bartho Kriek
(6 november 2001)

Dinsdag 6 november rij ik bij elven Leusden in, een uiterst groene plaats nabij het knooppunt Hoevelaken bij Amersfoort. Ger en Titia Beijering wonen, na twintig jaar Soest, sinds februari in een van de betonnen, vrijwel onderhoudsvrije Euro-woningen. Ze zitten twee, respectievelijk 11 jaar in het ondertitelvak.

de grommer bij de naslagwerken

Eerst voel ik me indringer, ook al omdat mijn hond die van hen begromt. Mijn hond dus weer de auto in. We gaan het hebben over het hoe, waarom en wanneer van het ondertitelen, denk ik dan nog. Maar al gauw zijn we de halve wereld aan het afreizen, nauwelijks gestoord door een stofzuigende werkster en snoeiende tuinlieden. We herbeleven zo'n halve eeuw geschiedenis, van Biafra tot de Taliban. Het gaat over platenfabrieken en –studio's in Afrika, James Brown ('say it loud, I'm black and I'm proud'), over de populariteit van Jim Reeves in Nigeria, over computerboeken in licentie, over een eigen it-bedrijf en het winnen van 'het gouden ei van Barneveld'. Over de lol van het ondertitelen en armchair-travelling.

Titia: Ik werk nu zo'n 10, 11 jaar als ondertitelaar. Ik had een opleiding als tolk-vertaler Spaans afgerond, daar was niet veel interessant werk mee te vinden. Iemand speelde me een advertentie van SIN toe, ze vroegen 'ervaren filmvertalers', dat was ik natuurlijk niet, maar dat hebben zij van me gemaakt. Fré Meijster noemde zich destijds filmvertaler in plaats van ondertitelaar. Met de opkomst van de commerciële zenders is er ontzettend veel ondertitelwerk voor tv bij gekomen, dus ineens was er grote behoefte aan ondertitelaars.

zij was er ook bij

Ger: Ik ben met ondertitelen begonnen toen ik met m'n werk als uitgever van computerboeken stopte, twee jaar geleden. Ik had iets van: Wat zal ik nou eens gaan doen? Ik ben 'plus ou moins' opgeleid door Titia, word nog steeds opgeleid. Titia is hier het taalgeweten.

Titia: Met de venijnige opmerkingen.

Ger: Ik ben de volumeproducent.

Titia: Hij kan honderd keer zo snel als ik werken, maar dan moet je er achteraf nog wel wat dingetjes uit halen. We werken onafhankelijk van elkaar. We vragen wel dingen aan elkaar, en als Ger iets af heeft, kijk ik of het Nederlands ermee door kan, of er geen punten of komma's ontbreken en hij heeft - door z'n achtergrond - de neiging anglicismen niet onmiddellijk te herkennen.

Ger: Ik kan dat zelf ook wel doen, maar dan gaat zij er toch met een nog fijnere stofkam doorheen. Ik word er dus zelf wat minder kritisch op, wat gemakzuchtig.

Titia: Hij vindt dat corrigeren helemaal geen leuk werk. Ik ben vreselijk precies en hij niet. En ik vind het ook leuk om te doen.

Ger: Die uitgeverij in computerboeken heb ik tien jaar gedaan. Ik ben in 1980 de uitgeverij in gerold, de boeken, voor die tijd deed ik in muziek. We hebben veel voor die bedrijven over de wereld gezworven. In Nigeria, Zaïre, Kenia, Griekenland, Nieuw-Zeeland gezeten, overal lokaal gewerkt. Ik werkte voor Polygram bij de lokale vestigingen in die landen. In Afrika bestond toen praktisch niks, de markt voor de toekomst heette het toen nog ... nu is het het vergeten werelddeel. Internationale bedrijven richtten zich daar toentertijd heel erg op. Je moest met vrijwel niks beginnen, een studio bouwen, een fabriek neerzetten, de artiesten zien te vinden, lokale muziek ontwikkelen, mensen opleiden. Al die internationals hoopten ook Amerikaanse of Europese muziek in licentie in Afrika te kunnen slijten, maar de Afrikaan pikt onze muziek niet. De oude rythm & blues ging er wel in, James Brown was enorm populair in Afrika, 'say it loud, I'm black and I'm proud', Otis Redding en Eddie Floyd enzovoort. Vreemd: ook een artiest als Jim Reeves was gigantisch populair in Nigeria, daar zaten ze bij te kwijlen. 'Put your sweet lips a little closer to the phone' - ze hadden er helemaal geen telefoons, maar die droomden ze er gewoon bij. Misschien was dat de mystiek wel...

In 1967 werd ik uitgezonden naar Nigeria. Ik zat daar drie maanden toen de Biafra-oorlog uitbrak. Tijdens m'n verlof in 1968 zijn we getrouwd en samen terug gegaan. Veel van wat je hebt gezien aan wreedheden staat in je netvlies gebrand, maar er was ook wel macabere humor. Een stel huurlingen, Portugezen, vlogen over Lagos met vaten vol benzine die ze aangestoken-en-wel als bommen wilden afwerpen, om de Biafranen te helpen. Omdat ze geen bommen hadden, maakten ze van die gigantische molotov-cocktails. En dat ging dus fout. In Lagos was elke blanke verdacht, je kon toen maar beter geen Portugees zijn. Overal werd je aangehouden en was de eerste vraag: 'Are you Portuguese?' 'No, I'm Dutch.' 'Let me see your passport.' Vaak bekeken ze je paspoort dan op z'n kop want ze konden helemaal niet lezen, en dan mocht je weer honderd meter verder, waar een volgend clubje soldaten, compleet dronken of stoned, je weer aanhield. Biafra was het oostelijke deel van het land. Daar stonden toen onze fabriek en studio die we dus in allerijl in Lagos opnieuw moesten bouwen. Ik ben er later door de frontlinies heen nog wezen kijken of er iets van over was wat we konden gebruiken, maar alles was platgebrand. Er lagen nog wel overal labels van het volkslied van Biafra dat er als laatste plaat was geperst. Maar eigenlijk was het een pure stammenoorlog met economische achtergronden, de zeggenschap over de inkomsten uit olievoorraden onder de grond. Je had de Ibo's, de Hausa's en de Joruba's, wij woonden in het Joruba-gebied. De macht zat in feite bij de Hausa's, mohammedaans ofwel islamitisch, en bij de christenen in het Ibo-deel, het oosten. En als je dan de wereld-van-nu bekijkt met z'n religieuze tegenstellingen, dan denk ik bij mezelf: Het houdt nooit op, ook in Afrika onderling niet. Nigeria is wat dat betreft voor de zoveelste keer in het nieuws. Het is deels een godsdienstoorlog, denk ik, met nu aan de ene kant het machtsblok van 'de democratieën', democratisch in verschillende mate, en aan de andere kant de dictaturen en alleenheerschappijen. En elke alleenheerschappij blijft straatarm omdat er om allerlei redenen geen economische ontwikkeling plaatsvindt, en de democratie biedt dat klimaat kennelijk wel. Een van de grondredenen nu is de jaloezie op westerse welvaart, op democratische welvaart. In het besef dat ze zelf voorlopig geen democratie kunnen worden, grijpen ze in hun frustratie naar andere middelen. Wij mogen dan wat verder zijn met onze geschiedenis, maar vier eeuwen geleden had je hier nog de Inquisitie en die was op z'n minst even intolerant. En toen liepen wij alles te veroveren met in ons economisch kielzog de predikers van ons geloof. Hoe vaker je buiten de grenzen bent geweest (en dan bedoel ik niet in je eigen cultuur op een camping in Spanje of een veilig groepsbezoek aan een piramide), hoe beter je over de beperkingen van je Nederlander-zijn heen kunt kijken. Als je een oorlog in Biafra hebt meegemaakt, heb je dingen anders ervaren. Ik kan me wel eens kwaad maken om de selectiviteit van de berichtgeving. Neem de Soedan. In tien jaar tijd ruim drie miljoen mensen verhongerd, kapot. Het krijgt weinig aandacht, er wordt niets aan gedaan.

Titia: Het hangt er maar net vanaf waar de verslaggevers naartoe gaan. Waarschijnlijk doen ze dat meestal ook in clubjes.

Ger: Wat er gedaan wordt, is niet meer dan: dit-en-dit gebeurt er in dat land, en daar doen wij wereld geen ene rotmoer aan. Het treft ons pas als onze economie in gevaar komt, verder kopen we het af met X% van ons rijksbudget en verdelen dat op heel ambtelijk/politieke correcte wijze. En we hebben onze obscene loterijen voor goede doelen met die schatrijke organisaties erachter, v. Wat moet die winnaar hier met 100 miljoen? Er zijn 1000 oorden waar dat geld beter kan worden besteed. En wat betreft die zogenaamde journalistieke pretentie van objectiviteit: zodra je je in een land verdiept, weet je al zo veel dat je niet meer objectief kan zijn. Maak dan van je verslag een opinie. Ik ben me langzaam aan het afwenden van het Nederlandse nieuws, Nederlandse tv met z'n onderbroekenhumor. Ik heb de halve dag CNN en de BBC aan staan omdat je daar een andere invulling krijgt van wat er gebeurt in de wereld. Die spreekt mij meer aan.

M'n laatste periode in Nigeria, van '78 tot '80, waren de leefomstandigheden nou ook niet zo dat je zei: ik blijf hier nog vijf jaar. Het ging van kwaad tot erger. Stromend water was er gewoon niet, de elektriciteit was het grootste deel van de dag uitgevallen. We hadden wel een generator, maar daar was dan vaak geen diesel voor te krijgen. Het was er chaos, onveilig ook. Roofovervallen. Als je naar kantoor reed, zag je drie dagen lang de lijken langs de weg liggen. Het land was in alle lagen corrupt, zo rot als een mispel, en keihard anti-blank geworden. Het was niet leuk meer. Toen heb ik tegen EMI gezegd, waar ik toen voor werkte: doe mij maar iets anders. Toen kwamen ze met 'u kunt directeur in Oostenrijk worden', maar klassiek en jodelmuziek zag ik niet helemaal als m'n volgende stap.

Titia: Een cultuurschok.

uitzicht uit kantoor

Ger: De ontwikkeling richting punkmuziek trok me toen evenmin. Ik zag mij geen contracten onderhandelen met jongens met van die spelden in hun tepels en dat soort zaken. Wat je dan nog kunt doen, is een éminence grise in de platenindustrie proberen te worden. Dan moet je uitsluitend op het artiestenplan bezig zijn, en dat zag ik mezelf niet doen. En dan moet je zeggen: ik ga die branche uit. Niet per se willen blijven hangen.
     Ook vanwege de kinderen hebben we toen de keus gemaakt voor Nederland, Nederlands onderwijs. Bij toeval ben ik bij uitgeverij het Spectrum terechtgekomen. Leuke parallel met m'n werk voor Polygram: het werken met licenties. Voor de omgang met artiesten kwam de omgang met auteurs en agenten in de plaats. Platen en boeken zijn allebei vormen van verpakte emotie. De marketing is bijna identiek. Bij dat werk had ik weer een lekker gevoel.

Titia: Het is wat anders dan strijkijzers verkopen. Die zijn steeds hetzelfde. Maar elk boek is totaal anders, net als een plaat.

Ger: En je kunt er ook steeds andere keuzes bij maken, dat is het leuke. Een omslag maken? Tien ontwerpers, twintig verschillende ideeën. Typografie, lay-out, waar komen de plaatjes. Hoe promoten we dit, wat kunnen we in welke media onder de aandacht brengen enzovoort.
     Daarna een hoop andere dingen gedaan, en uiteindelijk moest er voor een Amerikaans bedrijf hier in Nederland een computerboeken-uitgeverij worden opgezet. Dat is nu 12 jaar geleden. Er waren al vestigingen in Duitsland en Frankrijk. Veel licentiewerk vanuit Amerika of Duitsland. Op het laatst produceerden we 70% met eigen auteurs. We deden titels als '20 stappen Windows' en 'Werken met DOS', 'Het complete Word-boek'. Wordperfect was toen nog heel populair. Maar ook 'Programmeren in C++', boeken over Director en XML, de complete pil Autocad, websites bouwen, eigenlijk van alles. Ik vond titels als 'Word voor dummy's' niet kunnen. Wie wil er nou voor 'domkop' uitgemaakt worden? Ik begrijp nog altijd niet dat die boeken in het buitenland zo heten en goed verkopen. Dat werd hier dus m'n eigen serie met bijvoorbeeld 'Word volgens Bartjens', op z'n Nederlands. Ik heb veel gedaan aan de terminologie. De meesten wilden veel zo niet alles in het Engels laten staan, maar ik wilde 'harde schijf' i.p.v. 'hard disk' en 'toetsenbord' i.p.v. 'keyboard'. Beginners willen die Engelse woorden helemaal niet. Hele lijsten had ik ervan. Dat hield ik persoonlijk dus in de gaten. Na tien jaar heb je het gezien. Het was inhoudelijk niet uitdagend meer, met steeds vaker alleen een update naar een nieuwe versie van een programma. Dan was het Spectrum interessanter: je bent bezig met een Prisma-reeks, je hebt je Aula's, de wijnatlassen van meneer Duijker, woordenboeken, een reeks gezondheidsboeken, reisboeken. De variatie was veel groter.
     Het automatiseringsbedrijf waar ik nu met nog twee mensen in zit als aandeelhouders, HJB Internet Development, betekent incidenteel ander werk voor mij. We zijn bewust klein en hebben een aantal leuke continu-opdrachten. We hebben een netwerk-wizard en een Flash-wizard in dienst. Ik word ingeschakeld als er een projectleider nodig is. We zijn gelieerd met een klein, maar voortreffelijk kabeltrekbedrijfje. Altijd goeie afspraken. Vorig jaar hadden we een mooie opdracht voor de complete automatisering van een advocatenkantoor in Amsterdam, Spigthof, bij het Hilton in de buurt, in een mooi pand. Zadelhoff had er met z'n hoofdkantoor in gezeten, en er lag alleen maar hele dunne, langzame netwerkkabel. Alles moest worden gesloopt, en er moest een totaal nieuw netwerk voor ik meen 21 man komen met alle toeters en bellen wat betreft e-mail, beveiliging, firewalls enzovoort. Het leuke met dat soort opdrachten is dat ze eigenlijk nooit stoppen, we zitten nu in een onderhoudsfase en verdere verfijning. Er komt weer een medewerker bij, en dus ook een werkstation, maar daar hoef ik me niet mee te bemoeien. Ik doe de organisatie van een project als dat dermate ingewikkeld is dat iemand als ik nodig ben, voor de algehele planning, timing, afspraken met de opdrachtgever. Ik bemoei me ook wel eens met sites, en dan speciaal met het internet-taalgebruik. Ik maak van een lap tekst dan site-taal.

altijd aan de slag
Het ondertitelen is eindelijk ontspannen werken. Wat ik in het bedrijfsleven steeds beu werd, is het grote aantal beta-types om je heen, die allemaal hanig promotie willen maken, die er vaak verborgen agenda's op nahouden,   persoonlijke doelen nastreven zonder daarvoor uit te komen. Met die lui probeer je dan toch in een soort gezamenlijkheid iets te bereiken. Dat lukt ook wel, want het product is en blijft het einddoel. Maar het klimaat trok me gewoon niet meer. Ondertitelen is vrijheid blijheid. Even alleen verantwoording verschuldigd aan mezelf, geen personeel, geen aandeelhouder die het beter denkt te weten. Dat is voor mij heel relaxend. Lekker. Ik hoef niet meer zo nodig die zaterdagochtend dingen te doen die ik wil omdat dat de enige dag is die ik heb. Ik hoef nergens meer heen in een file, ik kan afspraken maken wanneer het míj uitkomt. Ik werk nu wel weer aan een uitgeefproject van vijf titels voor een distributiekanaal en redigeer nog altijd computerboeken.

Titia: Na m'n opleiding tot tolk-vertaler heb ik wat werk gedaan voor diverse opdrachtgevers, maar het bleef bij aktes vol moeizame juridische taal, vaak naar het Spaans, en daar voelde ik me onzeker in, toch nog. Ik was meteen heel blij met het ondertitelwerk. Ik had geen Engels gestudeerd, maar natuurlijk veel in Engelstalige landen gezeten en daar veel opgestoken. Door het ondertitelen ben ik me veel meer bewust van het Nederlands geworden. Je gaat er heel anders tegenaan kijken.
     We hebben drie kinderen, twee dochters van 30 en 24 en een zoon van 27.

Ger: Eén hond, drie katten. Een goedgekeurde dekhengst, een aantal merries, veulens. Dravers. Ik had vroeger rijpaarden, waar onze twee dochters ook op reden. Ik heb ooit springruiter willen worden, maar boven de 1,20, de hoogte van een hindernis, miste ik de coördinatie oog-

afstand. Een paard dat over een meter moet, springt vlak. Over 1,10 gaat dat ook nog. Bij 1,20 moet de sprong al parabolischer worden, met het juiste afzetpunt. Vasthouden, loslaten op het juiste punt en dan durft het paard. Maar ik was of te vroeg, of te laat en dat paard vloog constant in die balken. Dat beest baalde dan van me. Wat is dat voor eikel op m'n rug? Dus hij begon te weigeren. Ik had les van iemand en die ging het dan voordoen.
de hobby
Ik kijken en zo van: ja, ik zie hoe het moet, maar om de een of andere reden mis ik dat. Nou, dan kom je tot de conclusie dat je je paard verder niet moet folteren. Toen heb ik een andere ruiter er wedstrijden mee laten doen en beperkte ik me tot het leuke ontspannen rijden buiten. En die paarden gingen steeds beter, ze begonnen niveau 1,30-1,40 te lopen. En als het goed gaat, zeg je: doe er maar een paard bij. Omdat ik reserve-officier bij de cavalerie ben, mocht ik met m'n paarden op de kazerne staan. Na problemen met die ene ruiter vond ik een andere op de manege. Op een keer ging ik met hem naar een concours in Meppel, Indoor-Meppel. Hij zag daar een driejarig paard, Joost x Abgar, dat zijn de afstammingsnamen van z'n vader en moeder. En hij zei: die moeten we echt kopen. Klein opdondertje, paardje van 1 meter 62, maar heeft ooit in een puissance (die muur die steeds hoger wordt in de eliminatieronden) een muur gesprongen van 2 meter 10. De moed van zo'n beest. Hij won toen 'het gouden ei van Barneveld'. Toen we 'm hadden gekocht moesten we een naam hebben voor dat paard, en toen dacht ik: dit is een nieuw hoofdstuk, een nieuwe ruiter, een nieuw paard, het zevende paard. Nou, dat paard heet dus Chapter Seven. Dat paard werd heel succesvol. En toen ik een naam voor m'n bv nodig had, noemde ik die ook 'Chapter Seven'. Ik heb altijd iets met paarden gehad en met het getal 7.

Titia: Je ging in Noordwijk al op het strand naar de paarden.

Ger: De schelpenvissers helpen. Wij komen allebei oorspronkelijk uit Curaçao. Dan hadden je ouders een jaar verlof. We woonden praktisch aan het strand in Noordwijk, en ik vond niets prachtiger dan die schelpenvissers daar 's morgens bezig te zien in de mist, met hun paarden en netten door het water. De manege was vlak achter ons huis. Ik ben begonnen met pillen wippen, mest scheppen. Toen zei iemand: Wou je 's rijden? Ik zeg: Lijkt me machtig leuk. In de winter was er namelijk niemand om met die paarden te rijden want toeristen had je alleen in de zomer. Zo is het gekomen. Misschien ook wel een vorm van erfelijke belasting, want mijn opa fokte Groningers. Titia? Zij is bang van paarden.

Titia: Ik heb ooit wel een blauwe maandag een beetje paardrijles gehad. Ik kan er niet echt mee omgaan. Ik vind het leuk om naar te kijken, maar het is niet helemaal mijn beest. Paardenkoersen vind ik wel interessant.

Ger: Eerder vanuit een soort sfeerbeeld, denk ik, dan vanuit het kennen van die sport. Als je er incidenteel heen gaat, en vooral als een paard van jezelf loopt, is Duindigt een leuke sfeer. Het leuke van de drafsport, maar misschien wel van alle sporten, is dat je in aanraking komt met heel andere typen mensen. Op Duindigt lopen directeuren van sjieke bedrijven en de kampers uit het woonwagenkamp door elkaar heen.

Titia: Ja, en mensen van de visclub die met z'n allen een paard hebben.

Ger: Klopt, die komen er ook. En al ben je maar eigenaar van een oor, bij wijze van spreken, als hij loopt, is hij even helemaal van jou.

Titia: We melden wel bij de ondertitelbedrijven dat we daar ook wat van afweten, en van zoveel meer. Maar met die gegevens over je specialismen wordt niet veel gedaan hebben we de indruk. Ik ben bijvoorbeeld dol op National Geographic-programma's.

Ger: Maar we krijgen ze zelden. Ik denk dat andere mensen daar ook dol op zijn.

Titia: Ze kosten je natuurlijk wel veel meer tijd.

Ger: Ik word tegenwoordig volgeplempt met die hijgende sportprogramma's, waar kennelijk ieder ander de pest aan heeft en ik nog niet.

Titia: Je wilt niet je hele leven van die hijgende sport doen.

Ger: Nee, maar het leuke vind ik wel dat als je dat vaak doet, je bij een volgend telefoontje kunt zeggen: Mag ik nou effe beloond worden met wat leuks? We hebben net drie van die ouwe Steve McQueen-films gedaan. Leuk. Fijn. En Last Tango in Paris. En dat programma dat ik heel dramatisch vond over de Taliban, 'Beneath the Veil'. Ik heb dat ene beeld gezien, als aankondiging van het programma, waar die vrouw inderdaad op dat voetbalveld wordt neergeschoten. Dat zie je gebeuren. En als je dat dan tien keer heen en weer moet spoelen ... er zat geen script bij. Andere dingen zoals die zogenaamde reality TV met verkeersgewonden en zo vallen daarbij in het niet, dat vind ik dan een soort soap-bloed, dat doet mij weinig, maar dit ... het hele verslag van die vrouw was dramatisch. Omdat het belangrijk is, is zo'n programma ook een krent in de pap. Ik kan bijna alles door elkaar doen, momenteel overheerst hier die UPC-sport. Soms is het spoedwerk, en dan blijkt het zonder script te zijn en langer dan voorzien, en dan zit je te pezen en andere dingen te verzetten. Maar voor mij is ondertitelen geen nederig werk, ik beschouw het als leuk om te doen. De beloning vind ik alleen niet in relatie staan tot de hoeveelheid werk die je erin stopt. Zelfs de namen van die sporters ga je via Internet proberen te verifiëren omdat ze op drie verschillende manieren geschreven in het script staan, als er een script is. Mijn vertalers van computerboeken kregen 15, 16 gulden per pagina, al verveelt dat werk eerder. Maar voor het ondertitelen heb je ook nog je investeringen. Twee pc's hebben we staan. Spot moest daar gescheiden op draaien, dus je moest 't twee keer aanschaffen, plus je tijdcodekaarten en je bent zo 18.000 gulden verder. En dan moet je nog beginnen. Ik vraag me ook vaak af: hoe moet je in dit vak beginnen als je 23, 24 bent, net afgestudeerd in een taal of zo, met nog niets op de bank? Als freelancer beginnen is dan bijna onmogelijk. Dat lijkt me een drempel die niet zou moeten hoeven.
     Daarnaast was er de investering in encyclopedieën, we hebben zelfs de Grzimek aangeschaft op aanraden van Subtitling en tegenwoordig is er je zoekwerk op Internet. Handig, maar die PTT-tikken komen niet voor niets. Je moet echt volume draaien, wil je van je investering iets terug zien en er je dagelijks brood mee verdienen.
     Spot Lite vind ik geen goeie optie. Je bent met ondertitelen bezig en dan moet je titels en beeld samen kunnen zien. Bij voorgespot werk hoeft dat niet, maar bij dat werk krijg ik dat gevoel van onderbetaling nog eerder en dus doe ik het liever niet. De spotting is vaak abominabel en tegen de regels die we ingehamerd hebben gekregen. Bovendien vertaalt een Zweed vaak anders dan wij, een ander breekpunt in de zin. Het is ook een ervaringsgegeven uit m'n boekentijd dat een vertaling uit het Engels 15% uitloopt in het Nederlands. In het Zweeds niet. Die gebruiken zelfs geen lidwoorden geloof ik. Jammer dat de ondertitelbedrijven samen niet een lijn kunnen (willen?) trekken om dit soort fenomenen uit te bannen. Als je als Nederlandse ondertitelaar Zweeds zou kennen, hoef je er straks niet eens meer het programma erbij te hebben. Een vak zonder inhoud wordt het dan.
     Ik begon er uit interesse mee: ik ging achter die ouwe Subtitling-machine van Titia zitten en zij stond ervan te kijken dat ik in een mum van tijd de techniek doorhad. Het werd een uitdaging, zo van: krijg ik dit onder de knie. We hebben er vrij lang over gedaan voor ik een tweede machine kon krijgen van Subtitling. Nu zitten we dus geheel op Spot. Het is ook leuk werk vanwege het leerproces, dat eigenlijk nooit ophoudt. De variëteit in programma's zorgt daar ook voor.

Titia: Misschien leer ik wel beter ondertitelen in de loop der jaren, maar dingen opzoeken en dan van alles te weten komen over landen, dieren, culturen vind ik boeiend. Ik hoef niet zo nodig naar buiten of naar vreemde landen, als ik het in een boek kan opzoeken of ik lees het ergens, dan vind ik het prima. Ik ben het type zolderkamer-vertaler. We hebben ook al zoveel gezien van de wereld.

Ger: Misschien is ondertitelen te beschouwen als een extreme vorm van armchair-travelling. Vroeger kocht je een Insight guide van Tibet, niet om erheen te gaan, maar om in je stoel te lezen hoe het er was. Dit is dan met tv-beeld erbij. Ik heb net zo'n skateprogramma ergens in München af en dan denk je: München, ben ik ook geweest. Dan zie je jezelf daar weer op de drafbaan staan met je paard dat met een gescheurde darm terugkwam. De omstandigheden komen terug. Zo'n Taliban-programma brengt je terug in die Biafra-oorlog. Dramatische verbindingen zijn dat.

Titia: Met m'n Spaans heb ik een tijdje het programma Impacto gedaan, allemaal calamiteiten aan elkaar gemonteerd. Een heel enkele keer een Spaanse film. Ik heb ook wel wat aan m'n Spaans bij programma's over Zuid-Amerikaanse landen, Spanje, reisprogramma's en zo. Ik kan het af en toe een beetje gebruiken.
      Ik heb overigens in m'n vroege jeugd in Indonesië gewoond, dus ik kom eigenlijk niet van Curaçao. Bij programma's over Indonesië denk ik dus echt: Ha, fijn. Ik ben er terug geweest met m'n zusje, een jaar of vijf geleden, hartstikke leuk, maar als je de taal niet spreekt, kom je niet ver. Dan kun je weinig meer doen dan gebaande paden volgen. Daarna ben ik een cursus Bahasa-Indonesia gaan volgen, de officiële taal, die veel op Maleis lijkt.

daar hebben we nou de Grzimek voorWe hadden nog twee kinderen thuis wonen toen ik begon met ondertitelen. Ideaal: je hoeft de deur niet uit. Als je tijd hebt, kruip je achter je machine. Tussendoor doe je andere dingen. Het begon vooral als een soort hobby. Ik deed één programmaatje per week en dan reed ik weer heen en weer naar Amsterdam.

Ger: Omdat we het leuk vinden, gaan we minder andere dingen doen, en zijn we voor ons dagelijks inkomen toch wel afhankelijk aan het worden van het ondertitelen. Vandaar dat ik er uiteindelijk niet aan ontkom om te kijken naar de tariefstelling en de snelheid waarmee je programma's kunt doen. Ik vraag me wel eens af: Waar zijn mijn rendementsprincipes van vroeger gebleven? Maar ja, als je het werk leuk vindt... Die sportprogramma's zijn vaak niet moeilijk. 'John was third.', nou goed: 'John eindigt als derde. 'He fell.' - 'Hij is gevallen.' Geen probleem, maar het moet er wel goed gespot onder staan. Ik kan soms genieten van zo'n surfprogramma. Als je zo'n tube ziet, zo prachtig gefilmd: schitterend. Armchair-travelling. Anders moet ik naar Fiji, nu zie ik het hier, in Leusden. Wat ben ik toch een bevoorrecht mens. Financieel gezien jammer dat de opdrachtgevers dat ook doorhebben.

plug voor de interviewer

* * * * * * *