Johan Bel
Ger en Titia
Brigitte en Harrie
Matthijs Beeren
Roeland Schaeffer
Hans Kloos
Janine en Lia (RTL)

Nieuw van Hans Kloos: de bundel zoekresultaten (2007)









Hans Kloos, het zingen van het ijs

omslagontwerp:
Melle Hammer en H.Rystadius
foto: Molly Kiely

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hans Kloos
heeft ook een eigen website
met dit beeldmerk:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de dichter signeert

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

het voorplat van de bundel
de hand boven het hoofd

 




Interview met Hans Kloos
Over ondertitelen, poëzie en de bundel
Het zingen van het ijs

is dat een gedicht
in je beha
of ben je gewoon blij
dat je me ziet?


'Deze variant op Mae West staat in mijn bundel het zingen van het ijs die voorjaar 2002 verschijnt. Het is een voorbeeld van hoe de ondertiteling invloed heeft op mijn poëzie en hoe schrijven en vertalen bij mij vaak hand in hand gaan. Als puber zat ik al gedichten te schrijven en songteksten te vertalen.
      Toen enkele jaren na mijn afstuderen bleek dat de poëzie misschien wel in brood kon voorzien, maar ik verder vooral op tevredenheid mocht hopen, besloot ik met vertalen voor beleg te gaan zorgen. Op aanraden van een huisgenote die producent was bij de VPRO schreef ik eind 1992 het NOB een brief waarin ik stelde dat wie poëzie vertaalt wellicht ook kan ondertitelen. Een half jaar later werd ik ineens gebeld of ik een test wilde komen doen en zo ben ik in ondertitelland terechtgekomen.'

'Niet elke dichter kan ondertitelen, maar het zou mij niet verbazen als poëzievertalers ook zeer goede ondertitelaars zouden kunnen worden. Omgekeerd geldt dat helaas niet altijd. Ik zie wel eens dat een ondertitelcollega zich geen raad weet met een citaat uit een gedicht in een film of serie. Poëzie ondertitelen is weer een vak apart, blijkt ook uit afleveringen van VPRO's Dode dichters-almanak waar soms een boekvertaling onder de voordracht wordt gezet. De synchroniciteit draait de vondsten van de vertaler dan soms hardhandig de nek om.'

'Wat me altijd al gestoord heeft, is de misvatting dat poëzie in ondertitels een aparte vormgeving zou moeten krijgen en dat die steevast zo is: geen hoofdletters en zo weinig mogelijk interpunctie. Ten eerste lijkt het me overbodig om zo aan te geven dat het om poëzie gaat. Dat is meestal al duidelijk. En ten tweede: dichters kiezen meestal zeer bewust voor het al dan niet gebruiken van hoofdletters en interpunctie. Het is een integraal onderdeel van het werk. En dan is het vrij bespottelijk om bijvoorbeeld het werk van W.H. Auden die hierin opzettelijk klassiek was, gelijk te schakelen met dat van e.e. cummings die erop stond dat zelfs zijn naam zonder hoofdletters werd geschreven. Bij deze roep ik dan ook alle ondertitelredacties op om deze rare praktijk te staken en simpelweg zo veel mogelijk de vormgeving van de dichter over te nemen.'

'Ik ben autodidact als het op vertalen aan komt. Zoals gezegd zat ik als jongen van een jaar of veertien songteksten te vertalen, The Hissing of Summer Lawns van Joni Mitchell en Words van Neil Young. Ik heb, voor het nog enkele jaren later werd opgeheven, vertaalkunde als bijvak gedaan, maar toen had ik al poëzie van cummings en Auden vertaald voor het inmiddels roemruchte literaire tijdschrift de Held.
     In de Held maakte ik ook mijn debuut met vier gedichten die, tekenend voor mij denk ik, vergezeld gingen van een vertaling van cummings' If you can't eat you got to. Er was een grote stilistische en misschien ook wel inhoudelijke overeenkomst tussen zijn gedicht en die van mij, ook al had ik zijn poëzie pas leren kennen toen de gedichten al bijna af waren.
    Voor het eerst in druk verschijnen resulteerde in twee ervaringen. 1: A small step for mankind, but a giant leap for Hans Kloos. 2. "Eindelijk." Het was een soort thuiskomen, het besef te zijn aangeland op de plek waar ik wilde zijn.'

'Het verschil in publieksgrootte tussen literatuur en televisie, duizend lezers of een paar miljoen kijkers, is adembenemend en tegelijk nietszeggend. Misschien komt dat doordat een ondertitelvertaling mij nooit zo na aan het hart zal liggen als door mij vertaalde gedichten, laat staan door mij geschreven poëzie of toneel. Je krijgt überhaupt niet de tijd om aan een programma of film gehecht te raken. De enige keer in mijn acht jaren in ondertitelland dat ik wel ruim de tijd kreeg, leverde ook iets op waar ik nog graag aan terugdenk.
     De NPS ging Purcells opera Dido en Aeneas uitzenden en verzocht om een 'literaire' vertaling van Nahum Tate's libretto. Daar werd ik op gezet. En dus ging ik aan de slag met Tate's rijmen en 17e-eeuws taalgebruik. De eindredactie was lovend, net als de NPS. Maar zo niet Erik Vos van Theater de Appel die de opera geregisseerd had en in deze het laatste woord had. Hij had iets heel anders voor ogen: geen metrisch, rijmend en enigszins archaïsch Nederlands, maar simpele, heldere taal die niet hoefde te rijmen en ook niet hedendaags hoefde te zijn, maar zeker ook niet ouderwets. Dat was wat hij bedoeld had met een 'literaire' vertaling.
     Na enig slikken ben ik gewoon weer opnieuw begonnen - ik werd inmiddels niet meer per titel betaald, maar als 'projectbegeleider' - en heb in nauw overleg met Erik Vos een nieuwe vertaling gemaakt waarop ik tot mijn verbazing wederom trots was. Hoe meer liefde de makers voor hun programma tonen, hoe meer liefde je zelf in je ondertitelwerk stopt.'

'Dido en Aeneas doen me trouwens beseffen dat ik toch niet echt autodidact ben. Op de middelbare school zat ik niet alleen al gedichten te schrijven en songteksten te vertalen, maar ook hele lappen Homerus en Horatius. Zeker bij Latijn werd er erg veel vertaald, waaronder de Dido-episode uit Vergilius' Aeneïs. In die veelvuldige oefening met de mogelijkheden van de coniunctivus en de ablativus absolutus ligt een kiem van mijn vertalers- en schrijversschap. Die intensieve omgang met taal heeft mij geen windeieren gelegd.
     Na de middelbare school heb ik een jaartje in een jeugdtheatertje gezeten dat bijna dag in dag uit door het land trok. Vervolgens ben ik in '80 Nederlands gaan studeren aan de UvA, waar ik in '88 ben afgestudeerd met Zweeds en Vertaalkunde als bijvakken.'

'Tja, die invloeden. De variant op Mae West is duidelijk en zo is het gedicht Kemphaan deels ontstaan omdat ik ooit een vrij dom reisprogramma over de Filippijnen heb ondertiteld waarin een mooi fragment met een 'hanenhoeder' zat. En sommige gedichten zijn bijna mini-scenario's.
     Er komt binnenkort ook een stripboekje uit, getiteld Retour, waarvoor illustrator Witte Wartena de tekeningen heeft gemaakt en ik de tekst. Woord en beeld zijn gescheiden zoals bij Toonders Bommel-boeken en de oude Eric de Noorman-strips. Toen ik de tekst af had, besefte ik ineens dat ik een soort voice-over had geschreven bij de strip. Niet zo vreemd als je bedenkt dat je een strip ook als een reeks filmstills kunt zien of als een story-board.
     Maar de sterkste invloed van het ondertitelwerk is denk ik dat het mijn gehoor heeft aangescherpt, dwz mijn gevoel voor registerverschillen en (natuurlijke) spreektaal, wat poëziecritici veelal 'de toon' noemen. Daar heb ik bij het schrijven van de monoloog Schaap van de slapers ook zeker baat bij gehad.'

'In mijn nieuwe bundel wemelt het van beelden: een nachtelijk moment in een keuken, een man en zijn dochter staan stenen te keilen aan zee, een inventarisatie van loopmanieren, een dode inbreker, blote billen in de sneeuw, beurzen die instorten als champagnetorens, portretten van schoenen, oorlogsbeelden, lichaamsbeelden. Allerlei werelden en registers lopen door elkaar. Daarbij put ik wel uit mijn ervaring als ondertitelaar, maar ook als vader en man, als krantenlezer en vriend van een bruidspaar.
     Dat is voor mij zo vanzelfsprekend dat ik me niet vaak afvraag waarom ik dat doe. Gelukkig doen goede recensenten dat wel eens: 'Metafysica brengt wel de dood in de pot of, meer algemeen, tevoren bepaalde gedachten over hoe de wereld in elkaar steekt. Van intellectuelen bijvoorbeeld die vanuit een fauteuil het leven "tragisch" achten. Wellicht bepleit Kloos een wezen als van Marc, van Van Ostaijen, die de werkelijkheid groet in plaats van afweert. "Wat moet je met blauw? / Gaan we essentieel doen?" Deze losjes geformuleerde stelling van Kloos impliceert ook dat we maar beter eens kunnen gaan kijken naar de wereld, in plaats van er theorieën over afsteken. Nu is dat op zichzelf óók een theorie, zij het een minimale waarvoor de wereld sterke bewijzen aanvoert: er zijn oneindig veel gradaties blauw.' Schreef Marc Kregting een paar jaar terug in een artikel uit De Gids over mijn poëzie.'

'Misschien heb ik ooit een poëtica gehad, maar er is al eens een interviewer een beetje pissig op me geworden omdat ik al zijn vragen naar het systeem achter mijn gebruik van taal uit de bijbel, popsongs en kranten beantwoordde met: "Nou, dat kon ik daar en daar goed gebruiken". Alles is in principe mogelijk, al is lang niet alles goed. Veel uit het postmodernisme heb ik altijd heel vanzelfsprekend gevonden en ik heb eigenlijk nooit echt begrepen wat er nu zo nieuw dan wel verwerpelijk aan was.
     Uit datzelfde artikel in De Gids: "Ik lees tenminste een pleidooi voor precisie, zonder vooroordeel. Voor de juiste grondhouding terzake moet ik een gemeenplaats debiteren. Het betreft de verwondering, en die gedragslijn die feitelijk een verwerpen van een gedragslijn is, staat centraal in de poëzie van Hans Kloos." Dat hoog en laag dan ook door elkaar gaan lopen, lijkt me niet zo vreemd. Dat is trouwens al een heel oude beweging in de kunsten. Ik heb vaak het idee dat het juist verkeerd gaat als je die twee scheidt. Dat is het probleem bij fundamentalisme, van wat voor soort dan ook.'

'Verwante dichters en voorbeelden, ik heb er in de loop der jaren heel wat verorberd. Een voorbeeld heb ik niet meer en eigenlijk ook nooit gehad, al zijn er zeker een aantal dichters waarvan de lectuur zijn sporen heeft nagelaten in mijn werk, al is het soms moeilijk om aan te geven waar 'm dat nou precies in zit. Ik heb jaren geleden al eens in een lezinkje geprobeerd dat wat nader aan te duiden, maar om er een paar te noemen, Nederlandstalige: de late Van Ostaijen, Nijhoff, Schierbeek vanaf de deur; buitenlandse: Tranströmer, Tidholm, Ekelöf, Charles Simic, Auden, Laurie Anderson, César Vallejo, Drummond de Andrade, Pessoa, Zbigniew Herbert, Vasko Popa, Ondaatje, Richard Brautigans proza enzovoort.'

'En verwachtschap? All of the above and none. Volgens Rogi Wieg schrijf ik "onhollandse" poëzie. Volgens mij ben ik toch zo Nederlands als een goeie kroket, al schijnt er in zeer verdunde vorm nog Vikingbloed door mijn aderen te stromen. Maar Wieg heeft in die zin gelijk dat ik in de Nederlandse poëzie niet makkelijk iemand aan kan wijzen die dezelfde soort dingen doet als ik.'

Een kleine bibliografie:

Legioen
       (Kruiwagen, 1986) poëzie, vertalingen
Voor mevr. en men. Naaktgeboren
       (Perdu, 1988) poëzie, proza, vertalingen
de hand boven het hoofd
       (Contact, 1994) poëzie
De jongen
       (NCRV, 1994) hoorspel van Thomas Tidholm,
        spel: De Trust
Ik was een slechte hond
       (Perdu, 1995) bloemlezing Thomas Tidholm
Schaap van de slapers
      
(2001) monoloog theatergroep Zeenzucht
Retour
       (Ekster, 2001/2) strip, samen met illustrator
        Witte Wartena
het zingen van het ijs
       (Contact, 2002) poëzie




* * * * * * *