Johan Bel
Ger en Titia
Brigitte en Harrie
Matthijs Beeren
Roeland Schaeffer
Hans Kloos
Janine en Lia (RTL)



Interview met Janine Beens en Lia van de Biezenbos
ondertitelaars uit de begintijd van RTL (1989)

Over werken bij SIN in Hilversum en Luxemburg, maar ook bij het NOB - door Bartho Kriek, mei 2004

L.=Lia van de Biezenbos
J.=Janine Beens

Het begin bij SIN
L. In 1985 studeerde ik Frans en ben ik naar Parijs gegaan. Niets wees toen in de richting van vertalen of ondertitelen. Na Parijs heb ik met mijn toenmalige Griekse vriend van '89 tot '91 in Athene gewoond en daar mijn doctoraal Frans gehaald. Terug in Amsterdam werkte ik aan mijn promotieonderzoek Franse literatuur, en daarnaast als docente op een school in Uithoorn. Dat ging niet goed samen doordat dat promotieonderzoek veel concentratie en energie vergde, dingen die ik vooral overdag heb. Mijn prioriteit was m’n promotieonderzoek, en dus moest ik eigenlijk werk hebben dat ik op andere tijden kon doen. Via een vriendin, Carolien Pluvier, ben ik in 1991 bij Subtitling International terechtgekomen. De manager daar, Paul Spoor, zei: We hebben niet zoveel Franse vertalers, zou je het leuk vinden om te ondertitelen? Nou, dat leek me wel leuk om te leren. Ik ben toen opgeleid door Fré Meijster, al is ‘opgeleid’ een groot woord. Fré was een Franse film aan het corrigeren, vertaald door ik-weet-niet-meer-wie, en hij zei: ‘Kom er maar naast zitten.’ Ik hielp hem toen dingen te verstaan die onverstaanbaar waren, leerde en passant de eerste beginselen van het ondertitelen, en kon hem overtuigen van mijn kwaliteiten als vertaler Frans-Nederlands. Daarna ben ik in het kantoor aan de Oranje Nassaulaan met een Franse film in een kamertje gaan zitten. Paul Spoor zei: ‘Ga maar lekker je gang.’ Een hele dag heb ik daar titels zitten maken, op het laatst behoorlijk wanhopig, helemaal rood en met verhit hoofd. Toen stak Paul zijn hoofd om de deur en zei alleen maar: ‘Goh, heb je al 20 titels?’ Dat was dus mijn eerste dagproductie. Ik kon alles verstaan en me prima inleven in de context en nuances, maar ik kreeg het potverdrie maar niet in die twee regeltjes die je ervoor had. In Franse films wordt vaak nog sneller gesproken dan in Engelse en Amerikaanse zodat je nog meer moet comprimeren. Dat leerde ik dus al doende, zonder les te krijgen van iemand. Eigenlijk heb ik het hele vak zelf moeten ontdekken. Er kwam toen een hele serie Franse films, wat leuk was, en daarna zeiden ze: ‘Je kunt toch ook Engels?’ Toen ben ik opgehouden met lesgeven op school en ‘s avonds en in het weekend productie gaan draaien met een ‘prepje’ dat ik mee naar huis kreeg. Overdag kon ik aan mijn proefschrift werken.

Lia en Janine

NOB en SIN
J. Ik ben in oktober ’89 bij SIN begonnen.
L. Toen ze daar nog pornofilms deden?
J. Nee, dat was voor mijn tijd. Ik was in mei ’89 aan het Instituut voor Vertaalkunde afgestudeerd en had als bijvak Filmkunde gedaan. De docent die dat gaf zat in de film- of ondertitelwereld, en ik heb hem echt achtervolgd want ik wilde een film ondertitelen. Ik kwam bij het Nederlands Filminstituut terecht en voor hen heb ik mijn eerste bioscoopfilm ondertiteld: A Winter Tan, waar ik zonder enige begeleiding drie weken over deed. Ik had wel contact met spotster Rita van het bedrijf Titra Film Laboratorium. Zij had me zo’n beetje laten zien wat je moest doen; dat een titel van twee regels ongeveer zes seconden lang mocht zijn. Je moest zelf timen en je ondertitels als WP document aanleveren. Zij zette de ondertitels van papier in de computer.

L. Dat moest allemaal op de beeldwissel bij bioscoopfilms, die daardoor extra lastig waren om te doen.

J. Mij is daar nooit iets over gezegd. Ik mocht in dat zaaltje van ze één keer die film zien, een bioscoopvoorstelling voor één persoon. Ik kreeg een script mee en een cassettebandje met daarop het geluid, en daarmee en met een stopwatch van mezelf ging ik thuis aan het werk. In WordPerfect had ik een soort layout gemaakt met 40 tekens op een regel. Na drie weken van oneindig veel rekenen en tellen was ik redelijk tevreden. Bij Titra werd mijn ondertitelvertaling in metaal ‘gezet’. Ze hebben me laten zien hoe een film vervolgens een waslaag kreeg en door zuur werd gehaald zodat de ondertitels erin werden geëtst.

L. Die opdracht had dus nog niets met Subtitling International te maken.

J. Nee. Maar dat contact beviel goed en ze hebben me nog vier films laten ondertitelen. Toen was ik klaar met mijn vertaalopleiding en heb ik op een advertentie van het NOB gereageerd. Daar heb ik die verschrikkelijke test uit ’89 gedaan waarbij je je totaal vernederd voelde en dacht: Moet ik dit allemaal weten? Tot mijn verbazing was ik er toch doorgekomen en werd ik aangenomen. Helemaal blij ging ik op vakantie naar Turkije. Ik dacht: Als ik terugkom ga ik lekker beginnen. Maar toen ik terugkwam ging het opeens niet door. SIN had intussen RTL binnengehaald, en toen ik kort daarna een advertentie van SIN zag dacht ik: Nou oké, dan schrijf ik daar gewoon op. Ik had al een paar films vertaald, en dat was bij SIN reden om me onmiddellijk aan te nemen. Ze hadden weinig mensen met ervaring. Ik kreeg een videoband mee en moest thuis weer in WordPerfect mijn ondertitels maken en ze dan inleveren. Regina Willemse voerde alles in in Screen. Daarna moest je een afspraak maken om je werk te gaan spotten. Ik wist er nog helemaal niets van en kwam mijn eerste film daar spotten. Je kreeg vaag iets te horen over incue en outcue, maar wat rehearse en edit was, wist ik totaal niet. Grote verwarring.

L. Dat had ik mijn eerste dag ook, die verwarring over edit en rehearse. Je tijden waren steeds verdwenen.

J. Paul Spoor ‘leidde me op’, wat erop neerkwam dat hij zei: Hier heb je de band, daar staat de prep, ga je gang maar. Wat hij bijvoorbeeld ook niet had gezegd was dat er zoiets als een interval tussen de ondertitels moest komen. Ik bedacht zelf dat er iets tussen die titels moest en kwam uit op een interval van één frame, dat leek me redelijk. Het was een ‘Rags to Riches’, ik weet het nog goed, iets van 300, 400 ondertitels, best veel, en ik heb van ‘s ochtends tien tot ‘s avonds tien met rooie konen en vreselijke hoofdpijn zitten ploeteren. Iedereen was op het laatst weg, alleen Paul Spoor zat nog ergens aan te werken. Eindelijk durfde ik naar hem toe te gaan en te zeggen: ‘Ik ben klaar.’ En hij kwam kijken, drukte op ‘check’, en het enige wat je hoorde was een ‘piep-piep-piep’ waar geen eind aan kwam.

L. Mijn ‘opleiding’ had het voordeel dat het het corrigeren van een film was geweest: ernaast zitten terwijl het gebeurde. Maar mijn allereerste opdrachten thuis, Kojaks waren dat, deed ik voor de tv met een videoband. De titels en tijden schreef ik uit op ruitjespapier, want ik kreeg niet meteen een prep mee. Daarna uittypen in Word, en dan naar de secretaresse van Subtitling, die het in Screen zette. Daarna moest je dan nog eens een dag gaan zitten spotten.

J. Mensen die nu beginnen, maken volgens mij amper productie, ze verdienen vaak zelfs niks, maar krijgen een uitgebreide opleiding. Achteraf vind ik het nog zo slecht niet zoals het toen ging, want als je zelf alles moet ontdekken kun je het ook heel goed leren, als je er tenminste een hoofd voor hebt. Die eerste periode was enorm doorbijten, ook omdat je echt goed wilde worden, maar het was allemaal ook heel leuk.



Concertgebouwplein, Hilversum en Luxemburg
L. SIN werd almaar groter, weinig Franse films en veel Amerikaanse series. Het kantoor verhuisde naar het Concertgebouwplein. SIN had al een poosje een bijkantoor in het RTL-gebouw in Luxemburg waar daar-gemaakt-nieuws meteen ondertiteld werd. Er werd toen besloten dat er mensen van de Hilversumse actualiteitenvertaalfadeling zouden worden gedetacheerd in Luxemburg, steeds voor een periode van ongeveer een maand. Omdat mijn ongedurigheid al bij zo’n beetje iedereen bekend was kreeg ik de vraag of ik zin in iets leuks had. Nou, dat had ik, en dat was dus Luxemburg. Ze zeiden: Je moet nog wel even nieuws leren ondertitelen want dat is heel wat anders dan series en films. Ga eerst dus een poosje in Hilversum werken. Daar zat Janine toen al.

J. Ik werkte daar sinds juni 1990. In het begin had ik er als freelancer grote moeite mee om in vaste dienst te komen. Op mijn eerste werkdag zag ik het rooster voor de hele maand hangen met mijn naam al overal ingevuld. Weg vrijheid, dacht ik. Maar het viel erg mee, vooral omdat we ochtend-, dag-, avond- en weekenddiensten hadden en ik dus vaak vrij was op tijden dat anderen werkten. Bovendien was het spannender dan in je eentje thuis werken. In juli ’92 volgde ik Peter van Loenhout op als manager van die actualiteitenvertaalafdeling.
L. Ik kreeg een vast contract, en het eerste wat ik in Hilversum ondertitelde was niet nieuws maar een aflevering van Happy Days. Ik vond dat heel leuk om te doen, en ik was zelf ook erg tevreden over hoe ik het had gedaan. Maar toen kwam Peer [Peter van Loenhout], die daar de manager was, en samen gingen we de zaak nakijken. Na een poosje zei hij: ‘Nou, ik kan jou over ondertitelen nog wel iets leren.’ Ik dacht bij mezelf: ‘Val dood. Ik kan het al.’ Maar goed, hij heeft me inderdaad nog wat kneepjes bijgebracht, dingen als lossere en leukere spreektaal eronder zetten. Wat ik er ook leerde was onder tijdsdruk en met een heleboel ruis om je heen te werken, een groot verschil met de rust en afzondering thuis. Dat was ook een mooie uitdaging: in haast en in rumoer toch productie maken en nog kwalitatief goed ook. Het was het begin van een erg leuke tijd vol hectiek, afwisseling en in een leuk team.

J. De mensen die daar kwamen te werken werden ook wel een beetje geselecteerd. Een heleboel vertalers zijn niet zo contacterig, maar daar had je dat juist nodig. Je moest communicatief ingesteld zijn om overweg te kunnen met al die journalisten en redacteuren die altijd haast hadden en van alles wilden.

J. Wat het ook boeiend maakte was het gevoel dat je boven op het nieuws zat. Toen die eerste golfoorlog begon, was dat op kantoor ontzettend spannend. We zaten allemaal naar CNN te kijken, en bij elke term zaten we van: Wat is dat, straks krijgen we daar misschien een quote over. Ik had ook: hoe strakker mijn deadline was, hoe leuker ik het vond. En we stonden allemaal klaar om nachtdiensten te draaien tijdens de eerste dagen van de Golfoorlog. Om half acht begon altijd het nieuws en dan konden wij gaan avondeten. Het is een paar keer gebeurd dat we in de kantine werden opgeroepen: Jongens, er is nog een quote. Heerlijk was dat, dan wilde je wel. Naar boven rennen, gauw ondertitels maken, banden en floppen eruit trekken.

L. Het gaf een nieuwe dimensie aan het ondertitelen. Zelf had ik het al snel gehad met iedere keer weer die Amerikaanse series die vaak erg op elkaar leken, maar dit soort werk boeide juist en ik zag daar dus nieuwe uitdagingen. Je zat rustig aan een film te werken waar je twee weken over deed, en af en toe moest je even voor een itempje in de stress of in een vakgebied duiken waar je niks van wist. Sport en zo.

J. Wij hadden zelf niet die know-how, maar die was wel in huis met al die redacties en journalisten. Dat was natuurlijk een groot voordeel, dat we die alles konden vragen. Barend en Van Dorp deden toen nog sport en liepen daar in en uit om hun bandjes te brengen en wat te keuvelen. En als je wist dat er bij Catherine Keijl iets kwam dat vertaald moest worden, ging je bij de opname zitten, dan kon je het alvast even beluisteren.

L. Naar Luxemburg uitgezonden worden was een stapje verder, want daar zat je helemaal in je eentje in een kantoor waar je desnoods ook technische mankementen zelf moest verhelpen, en bovendien werd je in je eentje geacht de drie moderne talen aan te kunnen. Je beschikbaarheid was 24 uur per etmaal.

J. Je had toen nog die mobieltjes niet, we werden opgepiept via semafonen. We wilden altijd graag naar een meertje, maar dat was ietsje in Frankrijk. Maar 50 meter over de grens deed je pieper het niet meer, dus kon je daar niet heen.

J. Het kantoor in Luxemburg was op een gegeven moment niet meer nodig en werd toen opgeheven. De nieuwsredactie was uitgedund en er werden niet veel nieuwsitems meer gemaakt, dus de hele boel werd te duur, ook vanwege bijkomende kosten als flathuur voor de medewerkers. In aug. ’94 was het er nog, toen ik wegging bij SIN. Niet lang daarna is het opgeheven.

Eindredactie en feedback
L. In Hilversum keken we elkaars werk meestal samen na. Dat vond ik heel prettig. Na half acht tot elf uur zat je alleen, en ‘s ochtends voor het ontbijtnieuws ook, maar je kon dan overleggen met de redactie.

J. Je had daar nooit het idee dat ergens ver van je af een eindredacteur bezig was. Als de afstand groot is, krijg je correcties terug zonder dat je de mensen erbij ziet, wat veel harder overkomt dan als iemand naast je zit en voor mijn part zegt: ‘Hé sukkel…’ Ik heb in 1995 ook nog zo’n zeven maanden lang bij het NOB gewerkt. Daar vond ik een keer een briefje in mijn vakje waarin ik zo ongeveer op het matje geroepen werd, heel vervelend kwam dat over. En het ergste was nog dat ik op m’n vingers getikt werd vanwege de spotting. Die of die titel kwam twee frames te vroeg in beeld. Nou jaaa, wat ik van het NOB allemaal aan spotting gezien had... Ik zat met mijn oren te klapperen. Daar zat ook wel weer gevoeligheid van mij bij omdat ik een van die SIN-vertalers was die bij het NOB begonnen, en die kregen een beginnerstarief. Ik ook, terwijl ik vijf jaar ervaring had en nota bene manager van die actualiteitenafdeling in Hilversum was geweest. Wat het inhoudelijke betreft was er in de branche wel veel respect voor de kwaliteit van het NOB, maar qua spotting juist niet. De spotting van het NOB was vaak bedroevend, scheelde geen frames maar halve en hele seconden. Binnen enkele jaren viel ook dat inhoudelijke verschil overigens grotendeels weg.

L. Ik heb nooit bij het NOB gewerkt, maar ken de verhalen. Maar ik moet zeggen dat het ook wel heel moeilijk is om de mensen op een niet-vervelende manier op hun fouten te wijzen. Als je fouten ziet, moet je dat natuurlijk kenbaar maken. Gebeurt dat op een niveau van gelijkheid, dan kun je alles accepteren. Ik ben met commentaar op papier altijd erg voorzichtig geweest.

J. Het is een proces, het eindredacteurschap, daar groei je ook in. Wat jij zegt, vind ik heel knap, want ik heb daar erg aan moeten wennen. In Hilversum scheen ik nogal bekend te staan om mijn kritische tong, maar daar kon dat nog wel omdat ik het met een lach deed en de sfeer gezellig was en informeel. Maar bij AVailable moest ik daar erg op gaan letten, daar kon je er niet meer ‘sukkel’ bij gaan schrijven. Schriftelijke eindredactie is ook veel moeilijker dan als iemand ernaast zit.

L. Je moet het zien te beperken tot de echte fouten, en niet iemands stijl volledig wegredigeren.

J. Ook dat ligt natuurlijk weer aan de toon. Een ‘Goed zo!’ is natuurlijk al gauw helemaal fout. Maar ‘Een geniale vertaling’ zal het wel goed doen. Maar vaak was het nodig om ook nog eens ‘op de stoel van de vertaler’ te gaan zitten en dan belandde je toch in zwaardere kritiek. Ik vond het overigens vreselijk om mijn eigen vertaling terug te zien.

L. Daar moet je mee leren leven, dat je zelf ook fouten maakt, zeker met tijdsdruk.

J. Een keer is er per ongeluk een speelfilm met kladvertaling uitgezonden, met allemaal sterretjes erin met opmerkingen en vragen. Die vertaalster heeft toen de tv maar uitgezet




Na SIN
L. Toen Luxemburg opgeheven werd in’94 kreeg ik een baan aangeboden bij de UVA, aan het Belle van Zuylen-instituut. Men gaf me in feite een half jaar de gelegenheid om rustig mijn promotieonderzoek af te ronden. Toen heb ik bij SIN ontslag genomen. Ja, ik was nog steeds aan mijn proefschrift bezig; het was interdisciplinair (vergelijkende literatuurwetenschap, psychoanalyse en vrouwenstudies). Maar in 1995 ben ik dan toch gepromoveerd. Ik had inmiddels mijn eerste zoon gekregen en woonde in het centrum van Utrecht. En bij AVailable werd Peer toen manager, die ik natuurlijk kende van SIN. Ik had geen werk, en de universiteit had ook niets meer voor me, en toen zei Peter van Loenhout: ‘Als je weer zin hebt om te ondertitelen, ik zit tegenwoordig in Utrecht.' Zo ben ik eindredactie bij AVailable gaan doen. En ik ben daar ook vertalers gaan opleiden, met Anne van Lambalgen en Janine. Ik heb me ook beziggehouden met de zakelijke markt, wat helaas niet gelukt is. En ik heb het een en ander gedaan aan ondertiteling voor doven en slechthorenden, samen met het NOB. Ik heb ook nog colleges gegeven in Utrecht, met Anne.

J. O ja, ik ook.

L. De eerstejaars konden kiezen voor de specialisatie ‘ondertitelen’. Anne is daarmee doorgegaan.

J. Ik wilde altijd nog eens een grote reis maken, ik had net mijn huidige man gevonden, en ik dacht: Het moet een keer gebeuren. Tegelijk had ik bij RTL het gevoel: het is klaar. Ook ik heb regelmatig het gevoel dat ik iets anders moet gaan doen. We hebben toen allebei onze baan opgezegd en een tijd gereisd. Weer in Nederland was SIN niet echt een optie want dan zou je een stap terug moeten doen qua werkzaamheden. Maar ik moest natuurlijk wel geld verdienen, dus Peter van Loenhout maar weer ‘s gebeld, die toen bij AVailable zat. Daar was het toch ook weer heel leuk. Ik deed allerlei dingen: ondertitelen, vertalen, eindredactie, opleiden, projectcoördinator zakelijke markt.

L. Wat opleiding betreft hebben we leuke dingen gedaan met workshops, maar vervolgens was er niet voldoende werk, dus konden al die mensen niet aangenomen worden.

J. Er was toen al veel meer concurrentie in de markt, vandaar. We hebben toen nog wel die actualiteitenafdeling bij Veronica opgezet voor AVailable, maar dat was een klein kantoortje. Ik had daar kunnen blijven, maar het leuke vond ik het nieuws, de echte actualiteiten. Ik ben het ondertitelen nu wel zat, maar als het zou moeten, zou ik toch nog het liefst die actualiteiten doen.

Na het ondertitelen
L. Bij AVailable ben ik gestopt met ondertitelen door een combinatie van lichamelijke ongemakken (rsi) en inhoudelijk steeds minder bevrediging in het werk. Ik ben graag met taal bezig, maar vooral die Amerikaanse wanproducten werkten negatief, plus het feit dat ik mijn Frans een beetje dreigde kwijt te raken. Ik ben in 1998 weer gaan lesgeven, aanvankelijk op een middelbare school in Hilversum, wat goed beviel maar wat wel vermoeiend was in combinatie met het zorgen voor twee kleine kinderen. Toen ben ik weer een poosje thuis gaan werken. Vanaf 2001 ben ik mede-auteur van een vernieuwde onderwijsmethode voor HAVO en VWO 4 t/m 6. Daarnaast werk ik twee avonden per week als docente volwasseneneducatie (Volksuniversiteit en Alliance Française). Sinds vorig jaar werk ik ook met veel plezier op een gymnasium in Utrecht.

J. Na AVailable ben ik in 1999 bij een organisatieadviesbureau gaan werken. Na een paar maanden was ik daar weer weg en toen ben ik toch maar weer gaan ondertitelen. Ik was zwanger, dus voor die paar maanden kwam dat wel uit. Maar ik had het allemaal wel een beetje gezien. Dat achter die prep zitten de hele dag, productie draaien, eindredactie doen, het boeide me gewoon niet meer zo. Het leukste en spannendste had ik al gehad in Hilversum, zo leuk kon het dus nooit meer worden. Het was wel goed dat ik er weer mee begonnen was, dan neem je er goed afscheid van. Ik heb wel ‘s geroepen: ‘Ik wou dat ik het nog leuk vond.’ Want met twee kleine kinderen is het op zich ideaal dat je het thuis kunt doen op tijden die je zelf bepaalt.

L. Ik vind ondertitelen wel iets wat je tijdelijk in je leven kunt doen.

J. Ik vond het zo grappig dat een paar ondertitelaars op de site van Broadcast Text Amsterdam juist zeiden dat ze dat hun hele leven willen blijven doen, met wel andere dingen ernaast natuurlijk, maar toch. Ik moet er zelf niet aan denken. Als ik tv kijk zit ik nog wel steeds als een ondertitelaar te kijken, met telkens iets van: dit of dat is niet goed of wel goed.

L. Ik doe incidenteel nog wel eens iets uit het Frans, dat vind ik ook leuk. En het gepriegel in de kleine ruimte daar heb ik nog steeds lol in. Maar eindredactie zou ik niet meer graag doen. Er is tegenwoordig niet genoeg tijd en geld meer om persoonlijk feedback te geven, en bovendien wil ik niet meer de hele dag achter computer en beeldscherm zitten in verband met lichamelijke ongemakken.

Gezin

J. Na mijn ondertiteltijd heb ik o.a. een opleiding tot webdesigner gedaan, de basis-hondeninstructeurscursus bij Martin Gaus gevolgd (waardoor ik helemaal van de hondenliefde af ben geraakt) en in 2001 als webredacteur bij Teleac gewerkt. Op dit moment werk ik mee in de zaak van mijn man Mark, ‘Keijzer & De Ruiter Belastingadviseurs’, waar ik allerlei administratieve klussen doe. Ik heb voor dit bedrijf, dat gespecialiseerd is in vrije beroepen als dat van ondertitelaar, trouwens ook de website gemaakt: http://www.vrijberoep.com/start.htm. Verder wil ik binnenkort een cursus database-ontwerpen met Filemaker Pro gaan doen, en speel ik met de gedachte om zelf iets op te zetten op het gebied van databases, webdesign en webredactie.


* * * * * * *