Alle interviews

Johan Bel
Ger en Titia
Brigitte en Harrie
Matthijs Beeren
Roeland Schaeffer
Hans Kloos
Janine en Lia (RTL)




Naast het ondertitelen

Vorig jaar ben ik voor de lol psycholinguïstiek en lexicografie (het maken van woordenboeken) aan de universiteit gaan volgen, als tegenwicht ook. De psycholinguïstiek onderzoekt o.a. de vraag hoe het leesproces precies in z'n werk gaat. Wij ondertitelaars houden rekening met verschijnselen die de psycholinguïstiek onderzoekt, dingen als een goede leesbaarheid, bijv. de regel 'woordgroepen bij elkaar houden'. Hoewel ik nu heel praktisch werk doe, blijf ik dus nog steeds m'n belangstelling voor theorie trouw.








Interviews met ondertitelaars

Johan Bel
december 2003, Bartho Kriek

Schooltijd
Ik ben in Groningen geboren en vanaf m'n zevende in IJmuiden opgegroeid. Ik heb ook nog in Hoek van Holland gewoond. Mijn vader is dominee, en dan zwerf je veel rond omdat ze om de zoveel jaar van standplaats veranderen. IJmuiden wordt vaak gezien als een vreselijk oord om te wonen, maar zelf heb ik daar geen last van gehad. Op de lagere school ging ik wel 's met vriendjes voetballen, maar verder was ik zo'n jongetje dat boeken zat te lezen of tv te kijken. Ik wilde die rare oude talen wel leren, had al m'n taalkundige belangstelling, dus als vanzelf ging ik naar het gymnasium.

Toen ik ging studeren, had ik het idee dat de klassieke talen geen lang leven meer was beschoren op de Nederlandse middelbare scholen. Het aantal van negen studenten was echter nog redelijk hoog vergeleken bij de jaren die erop volgden. Grieks en Latijn trokken me o.a. doordat ik ontevreden was over het niveau dat ik bereikt had op de middelbare school. Je kon net een half bladzijtje vertalen en daar had je dan drie uur de tijd voor. Ik had het idee: als ik klaar ben met deze studie, dan kan ik Latijn en Grieks lezen zoals ik nu Frans kan lezen. Maar daar kwam niets van terecht: je had natuurlijk wel wat bijgeleerd, maar in plaats van echt lezen bleef het gepuzzel. Volgens mij komt dat voornamelijk door de manier waarop die talen worden onderwezen, het ouderwetse vertalen en nog eens vertalen. Ik zou graag zien dat het onderwijs in de klassieke talen meer leek op dat in de moderne talen. Bijna geen enkele latinist kan in het Latijn lesgeven, even afgezien van alle verwarring over de juiste uitspraak. Er is genoeg spreektaal overgeleverd, maar het Latijn en het Grieks beslaan ook nog eens grote perioden, en talen veranderen. De gemiddelde Nederlander hoef je niet Karel ende Elegast te laten lezen.

Leraar klassieke talen
Van 1986 tot 1998 heb ik als leraar klassieke talen her en der in Nederland gewerkt, het langst in Zoetermeer, een Dalton-school, maar op het laatst waren daar niet meer genoeg uren voor me. Het leek er toen op alsof het Grieks elk moment afgeschaft kon worden, wat dan telkens net niet gebeurde. Later belandde ik op het Vossius, eindelijk in Amsterdam, zodat ik van het gereis af was. Er zijn best positieve dingen over het Vossius te zeggen, maar die school en ik pasten niet bij elkaar. Ik kan soms best wel ongezouten m'n mening over iets geven, en dat viel daar niet bij iedereen even goed. Op m'n laatste school hikte ik aan tegen de invoering van het studiehuis, en dan vooral dat concept van het zelfstandig leren, leerlingen die de hele godganse dag opdrachtjes maken. Het is een mooi idee dat leerlingen niet als een zoutzak in hun bank naar de leraar zouden moeten luisteren, maar ik heb toch een vrij traditionele kijk op het onderwijs. Mij trok het niet om steeds meer de rol te hebben van vraagbaak en van iemand die de leerlingen aldoor achter de vodden zit. Ik wilde graag de docent uithangen. Ik heb toen zelf ontslag genomen, nog zonder dat ik wist wat ik daarna ging doen. Ik dacht: ik moet mezelf een schop onder m'n kont geven, want anders blijf ik hierin hangen. Tot verbazing van collega-docenten zei ik het leraarschap vaarwel.

Planet Language
Ik speelde met de gedachte de journalistiek in te gaan, maar het is lastig om daar tussen te komen. Een vriendin attendeerde me op een advertentie van Planet Language, en ik had van 1994 tot 1996 al heel wat ondertiteld voor Viduce. Dat was weer gekomen door een gesprek op een feestje met een praktiserende ondertitelaar. Ik heb hem een uur over dat ondertitelen doorgezaagd, en op het laatst zei hij : 'Als je het echt allemaal zo interessant vindt, kom dan maar een keer bij me kijken hoe het werkt.' Via hem heb ik toen van Viduce een programma gekregen om te vertalen.

In de zomer van 1998 kwam ik bij Planet, waar de stilte van een klooster hing. Het vertalen ging heel anders vergeleken met de scholen waar ik had gewerkt. Op het gymnasium wordt woord-voor-woord vertaald, je moet met je vertaling vooral laten zien dat je hebt begrepen wat er in het Latijn of Grieks staat, dat je dan kreupel Nederlands krijgt, wordt op de koop toegenomen. Het vertalen wordt gebruikt als een manier om die talen te leren en om te toetsen of de leerling heeft begrepen hoe die zinnen in elkaar zitten. Bij Planet zat ik opeens in het andere uiterste: ondertiteltaal. Ik herinner me iets wat ik toen bespottelijk vond: in een soap werd gezegd: 'There are no rules against it'. Ik had dat vertaald met: 'Daar zijn geen regels tegen'. Toen zei Planet-eindredacteur Jan-Henk tegen mij: Dat kun je ook gewoon vertalen met 'Dat is niet verboden'. Ik dacht toen: Dat gaat wel heel erg ver. Ik was zo sterk gewend zo dicht mogelijk bij de brontaal te blijven. Maar m'n ogen gingen er natuurlijk voor open en toen kwam er een tijd dat ik alles prachtig vond om te doen. Dat je al ondertitelend de hele tijd zelf oplossingen mocht bedenken, dat vond ik leuk. Het spreektalige van ondertitels boeit me, je vraagt je steeds af: hoe zou iemand dat zeggen? Ondertitelen is ook gewoon veel leuker dan computerhandleidingen vertalen of contracten.

Broadcast Text Amsterdam
Hoewel de sfeer onderling bij Planet Language heel goed was - er was een dagelijkse lunch van het bedrijf en tussen de werkzaamheden door kon er getafeltennist worden - ben ik uiteindelijk, vlak voor het failliet ging, uit onvrede met het personeelsbeleid weggegaan. In april 2000 kwam ik in dienst bij Broadcast Text. Ik had natuurlijk kunnen gaan freelancen, maar mij trekt het niet om in m'n eentje thuis te zitten vertalen, bovendien heb ik niet echt ondernemersbloed in m'n aderen, ik vind het wel zo prettig om elke maand m'n salaris op m'n rekening te krijgen. Ik vertaal nu heel anders dan in het begin, toen was het voornamelijk woord-voor-woord en vervolgens proberen iets kwijt te raken omdat het anders te lang was. Gevoel van 'er klopt iets niet' hou je eigenlijk altijd. Dat is voor mij ook een vervelende kant aan het ondertitelen, dat je nooit helemáál recht kunt doen aan wat er gezegd wordt. Ondertitels worden meestal minder dan de gesproken brontekst: mede door ruimte- en tijdgebrek sneuvelen details en nuances. Alleen bij programma's als Ricki Lake worden de ondertitels soms beter dan wat de vaak knullige sprekers uitbrengen.

In het begin vond ik alles leuk om te ondertitelen, gewoon om het vertaalproces, het omzetten. Nu doe ik het liefst programma's van National Geographic en de betere series. Verder comedy's omdat je dan lekker kunt ploeteren op de grapjes. De afwisseling, iedere keer weer een ander onderwerp, en het vertalen zelf vind ik leuk aan dit vak. Vreselijke dingen vind ik die reality-programma's en extreme sporten, verder de ranzige programma's waarin je aan de lopende band mensen ziet verongelukken en kwaadaardige roddelprogramma's over sterren; er schijnen mensen naar te kijken.

Elke ondertitelaar heeft weer andere zwakke en sterke punten. Mijn kennis van het Engels is voldoende voor dit werk, maar niet uitzonderlijk, ik versta dan ook geen 'onverstaanbare' zinnen. Aan de andere kant formuleer ik makkelijk en snel.

Eindredactie
Toen ik bij Broadcast Text kwam werken, werd ik al gauw gevraagd om eindredactie te gaan doen, maar ik vind zelf vertalen veel leuker. Vandaar dat ik geen eindredacteur ben. Hoewel het incasseren van kritiek niet m'n allersterkste punt is, valt er van alles te zeggen over hoe ondertitelvertalingen worden beoordeeld. Echte fouten zijn natuurlijk nooit een probleem, moeite heb ik met puristische wijzigingen en met correcties die uit de persoonlijke smaak van de eindredacteur voortvloeien. Verder is het niet altijd makkelijk dat de ene eindredacteur over hele andere dingen valt dan de andere. Ik was natuurlijk niet iemand die net van school kwam, maar soms voelde ik me wel behandeld als een scholier. Verder is natuurlijk heel uitzonderlijk aan dit beroep van ondertitelaar dat je op elke opdracht die je uitvoert, beoordeeld kunt worden. Ik vind eigenlijk dat iemand niet voor elke twee dagen dat hij werkt, beoordeeld zou moeten worden. Dat geeft toch wel veel druk.

Schrijven
Verder heb ik een cursus essay schrijven gedaan bij Willem Jan Otten (bij Crea). Ja, ik schrijf af en toe stukjes, reageer op dingen op het werk of in de maatschappij. Het is als het ware altijd hetzelfde soort stukje, waarin ik op prikkelende wijze m'n mening over iets geef. Daarbij is soms wel sprake van een drang tot moraliseren. Ik vind moralisme geen vies woord.

* * * * * * *