Kijk wie er spreekt

door Bartho Kriek, Onze Taal , oktober 2002

Halve vertalingen in ondertitels

Een agent die met zijn ‘partner’ een boef achtervolgt. Een ‘baby’ die van z’n driewieler valt. Iemand die zegt: ‘Mag ik komen?’ in plaats van: ‘Mag ik mee?’ Steeds meer ondertitels bieden vreemde, halfslachtige vertalingen. Hoe komt dat toch?

Enkele ondertitelbegrippen

spotten – bepalen op welke momenten de ondertitels in beeld komen en uit beeld verdwijnen; ondertitelaars spreken van ‘in- en uittijden’

indelen – bepalen wat in de ene ondertitel komt en wat in de andere; vraag en antwoord kunnen vaak het beste in één ondertitel:

Waar heb je gezeten:

-Nou, gewoon thuis.

Maar de clou van een grap moet in een nieuwe ondertitel, omdat hij anders te vroeg wordt weggegeven:

Hij is zo vreselijk…

en dan pas:

lief.

Of bijvoorbeeld over een (dure) dierenarts:

Hij is wel goed, hoor…

en dan pas:

Maar niet gek.

verdeling in woordgroepen – bij elkaar horende woorden moeten zoveel mogelijk bij elkaar op de regel komen te staan, dus niet:

Hij wil vaker bij Rory
zijn en haar maatje worden.

maar:

Hij wil vaker bij Rory zijn

en haar maatje worden.

synchroniciteit – een tekst als ‘Yes, I arrived at ten o’clock’ moet niet vertaald worden als: ‘Om 10 uur ben ik aangekomen, ja’, maar als bijvoorbeeld: ‘Ja, ik ben aangekomen om 10 uur’ – dit omdat we ervan uitgaan dat veel kijkers simpele woordjes zoals yes en no, en getalsnamen, verstaan.

Ondertitelen is moeilijk. Dat komt doordat de ondertitelaar in feite verschillende disciplines tegelijk beoefent. Allereerst heeft hij te maken met alle ‘gewone’ vertaalproblemen: hij moet recht doen aan onder meer de strekking, de toon, het register en de humor van het origineel, en aan de tijd waarin dat speelt. Daarnaast is er de technische kant van de zaak. Zo bepaalt hij op welke momenten de ondertitels in beeld komen en weer uit beeld verdwijnen (ook wel ‘spotten’ of ‘in- en uittijden’ genoemd), en beslist hij wat in de ene ondertitel komt en wat in de andere (oftewel ‘indelen’). Verder moet hij de tekst met ongeveer een derde inkorten omdat de kijker te weinig tijd heeft om alles te kunnen lezen wat er gezegd wordt. En dan gelden er ook nog eens allerlei restricties, zoals:

-gebruik niet te veel kleine woordjes;

-verdeel de tekst in woordgroepen over de beide regels;

-handhaaf de synchroniciteit, oftewel de volgorde waarin iets gezegd wordt;

-vermijd dubbelzinnigheid;

-verbreek de verhaallijn niet;

-geef geen clous weg.

Ook voor het overige moet de ondertitelaar zich gedeisd houden. Zijn vertalingen mogen niet bloemrijker zijn dan het origineel; ze hebben een dienend karakter en sobere ondertitels zijn dan ook de beste. Idealiter zijn het hapklare brokken die de kijker ongemerkt consumeert.

Grensgebied

Maar in de praktijk gaat het niet zo soepel. Hoe langer hoe meer stokt het tot je nemen van ondertitels, en dat komt niet zelden door zogenoemde halve vertalingen. Een halve vertaling ontstaat als de ondertitelaar onderweg naar de doeltaal blijft steken in een vaag grensgebied tussen brontaal en doeltaal. Hieronder een aantal voorbeelden:

oorspronkelijk

halve vertaling

vertaling

what’s the difference?

wat is het verschil?

wat maakt het uit?

call me Alex

noem me Alex

zeg maar Alex

the poor devil

de arme duivel

de stakker

a bad joke

een slechte grap

een flauwe / smakeloze grap

you can’t go in

je kan niet naar binnen

je mag niet naar binnen

can I come?

mag ik komen?

mag ik mee?

my partner

m’n partner

m’n maat, compagnon, vennoot, collega

I’ve had enough

ik heb genoeg gehad

ik heb genoeg op / ik zit vol

I have only one thing to tell you

ik heb je maar één ding te zeggen

ik kan maar één ding zeggen

is that what you want?

is dat wat je wilt?

wil je dat wel?

what am I doing?

wat ben ik aan het doen?

wat doe ik nou?

when I was eight years old

toen ik acht jaar oud was

op m’n achtste

isn’t this amazing?

is dit niet verbijsterend?

ongelooflijk toch?

I thought you liked me.

-I do.

Ik dacht dat je me leuk vond.

-Dat doe ik ook.

Ik dacht dat je me leuk vond.

-Dat is ook zo.

De vertalingen uit de rechterkolom zijn uiteraard beter dan die ‘halve vertalingen’ in het midden. Het kost alleen wel veel meer tijd om ze te maken, en tijd is iets wat ondertitelaars meestal niet in overvloed hebben. Daarom nemen ze toch vaak genoegen met zo’n halve vertaling en ironisch genoeg kán dat ook steeds meer. Ondertitels zijn nu eenmaal de meest gelezen teksten en als daar maar vaak genoeg van die halve vertalingen in voorkomen, worden ze op den duur vanzelf acceptabel. Maar de goede ondertitelaar vraagt zich voortdurend af of het niet Nederlandser kan, en situatiespecifieker. Hij slaat de fase van de halve vertaling over; hij maakt directe sprongetjes van de brontaal naar de doeltaal, als in onderstaande voorbeelden:

what’s going on here?

wat is dit voor onzin?

don’t start

hou even op

good point

zit wat in

I don’t know

weet ik veel

you don’t want to do that

dat zou ik maar niet doen

he’s under a lot of pressure

hij heeft veel aan z’n hoofd

how was your date?

leuke avond gehad?

this is not going to work

dat gaat mooi fout

I don’t believe that

dat lijkt me stug

if you say so

het zal wel

you just don’t get it, do you?

je wil het maar niet snappen

I’m sorry

wat naar

look who’s talking

moet jij nodig zeggen / ik weet wie ’t zegt

no way José

ammenooitniet

Dit lijkt misschien allemaal erg voor de hand liggend en eenvoudig, maar het duurt wel even voordat een ondertitelaar moeiteloos zulke goede ondertitels maakt. Gemiddeld heeft hij er zo’n twee jaar over gedaan om het woord-voor-woordvertalen af te leren en het Engels wat meer los te laten. Ontelbare beslissingen heeft hij in die twee jaar moeten nemen, wikkend en wegend. In de loop van die leerperiode heeft hij een uitgebreid arsenaal aan omzettingen opgebouwd, bijvoorbeeld:

The baby fell off it’s tricycle.
niet:
’De baby viel van z’n loopfietsje.’
maar:
’De peuter viel van z’n loopfietsje.’

Why are you doing your make-up in the car?
-Natural light.

niet:
’Waarom maak je je in de auto op?
-Natuurlijk licht.’
maar:
’Waarom maak je je in de auto op?
-Daglicht.’

They slam the door in my face.
niet:
Ze smijten de deur dicht in m'n gezicht.’
maar:
’Ze smijten de deur voor m'n neus dicht.’

You seem terribly depressed.
-Do I?

niet:
Wat ben je somber.
-Ben ik dat?’
maar:
’Wat ben je somber.
-Vind je?’

Yoy’re a son of your father.
niet:
Je bent een zoon van je vader.’
maar:
’Je hebt een aardje naar je vaartje.’

Have you been fired?
-I quit.

niet:
’Bent u ontslagen?
-Ik nam ontslag.’
maar:
’Bent u ontslagen?’
’-Ik heb ontslag genomen.’

The radio was destroyed,
it’s only receiving.

niet:
’De radio werd vernield,
we kunnen alleen ontvangen.’
maar:
’De radio is vernield,
we kunnen alleen ontvangen.’

De doorgewinterde vakman put razendsnel uit dat arsenaal. Zijn rode lampje, zoals ondertitelaars dat wel noemen, is zo gevoelig geworden dat het ook gaat branden bij hem nog onbekende valkuilen. Hij werkt grotendeels automatisch, ongeveer zoals iemand die naar een tekst in zijn moedertaal kijkt, die ook vanzelf gaat lezen. Een echt ervaren ondertitelaar gaat echter nog een stap verder. Hij plaatst zichzelf als het ware in de verhaallijn van de soap, film of documentaire en leeft zich in in de situaties. Spontaan komen bij hem de bij die situaties passende Nederlandse taaluitingen op. Dat soort spontane taal is veel sneller beschikbaar dan stapje voor stapje bedachte en beredeneerde vertalingen van de bronteksten. 

Productiesnelheid

Een ondertitelaar groeit dus door de jaren heen. Hoe komt het dan dat er toch steeds meer halve vertalingen opduiken? Een mogelijke oorzaak is de druk op de tarieven die de omroepbedrijven uitoefenen. Een voorbeeld: in 1998 wist RTL4 de prijs voor ondertitelvertalingen in één klap met 20% omlaag te krijgen. En dat terwijl de kosten voor ondertiteling slechts 1% uitmaken van het totale productiebudget. Maar de tarieven staan overal onder druk. Toen ik in 1988 bij de afdeling Vertaling en Ondertiteling van de NOS werkte, verdiende ik ongeveer ƒ 1,50 per ondertitel. Ongelooflijk genoeg ligt dat tarief nu, veertien jaar later, nog steeds op vrijwel hetzelfde niveau. Het drukken van de kosten moet wel een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van de ondertitels.

            Tegelijkertijd is de ondertitelmarkt het afgelopen decennium enorm in omvang toegenomen. De productiesnelheid is opgevoerd en daarmee is de behoefte aan ondertitelaars flink toegenomen. Dit heeft ertoe geleid dat ondertitelaars niet altijd meer op hun kwaliteiten worden afgerekend. Van de kant van de kijkers valt hiertegen geen effectief protest te verwachten. Hier en daar verschijnen weleens klachten in de lezersrubriek van een omroepblad, maar dat er niet naar een programma of film wordt gekeken vanwege de geringe kwaliteit van de ondertitels, ligt niet erg voor de hand. De kijkcijfers, zo ongeveer het enige waar men zich in omroepland iets aan gelegen laat liggen, bieden de bedrijven dus geen prikkel om kwaliteit na te streven en te honoreren.

Dure producties

Wat ook ‘halve vertalingen’ in de hand werkt, is dat er tegenwoordig door vrijwel alle ondertitelaars rechtstreeks ondertiteld wordt, dat wil zeggen met beeld en geluid erbij. (In het verleden werd er vertaald van het script, waarin de in- en uittijden stonden genoteerd.) Deze rechtstreekse werkwijze maakt het moeilijk om los te komen van de brontaal, meestal het Engels.

            Bovendien is in 1995 het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam gesloten. Sindsdien komen beginnelingen met aanmerkelijk minder vertalersbagage het ondertitelvak in. Een jaar of tien geleden was het probleem overigens vaak net omgekeerd: nieuwkomers hadden jarenlang gewoon vertaalwerk gedaan. Zij wilden alles wat in de brontaal gezegd werd in de ondertitels proppen en hadden moeite met comprimeren en andere typische ondertitelvaardigheden.

Maar misschien is het bij omroepbazen en producenten ook wel simpelweg onvoldoende bekend hoe de goede, geroutineerde ondertitelaar te werk gaat en hoeveel moeite hij heeft moeten doen om zich het ambacht eigen te maken. Hoe dan ook, omroepen zouden zeker meer moeten investeren in ondertiteling, want zelfs goede ondertiteling kost relatief erg weinig. En dat terwijl halve vertalingen dure producties gemakkelijk kunnen versjteren.