Tagarchief: gedicht

Tag waarmee alle gedichten op dit blog te vinden zijn.

Goede buur – gedicht in dia’s

Gedicht over een bijzondere buur die tegelijk heel gewoon is. Zo gewoon dat we hem vaak niet zien staan. Zo een waaraan je met weemoed terugdenkt nadat je verhuisd bent en elkaar niet meer ziet.

Een robothond is meestal niet nodig. We kunnen nog altijd het animistische kind in ons benutten. Dat gaat richting religieus, ik weet het, maar zo zitten we hoogstwaarschijnlijk  in elkaar, of we het leuk vinden of niet.

 

Flitsen – gedichtanimatie

Bewegende versie van het gedicht ‘Flitsen’

Wat bewoog de mensen waarover het gaat? Wat is dat ‘bijna-weten’? En hoe kan het dat de ‘oude hemel’ op het eind wordt aangesproken? Dt zijn het soort vragen dat bij de lezer kan opkomen. En dat is de bedoeling.

Het gedicht ‘Flitsen’ is afkomstig uit mijn dichtbundel Wegen in het onderweg

 

 

Verlosser – gedicht Bartho Kriek

In 2018 schreef ik dit gedicht over Ginger Baker (1939 – 2019).
Na zijn dood volgde publicatie, én het verhaal achter de befaamde hoes.

Cover LP Blind Faith

Verlosser

Nog voor het baren, via zijn genen
moesten ze al in hem gevaren zijn
de klopgeesten van neanderthalerbloed
vandaar zijn rode haren, zij bepalen
wanneer hij belichaming van hen
het op zijn heupen krijgen mag en moet
verder lezen...

om de verdoolden die in vergetelheid
dreigen te vegeteren te bevrijden
dankzij hun driften vond hij
de gitaristen en de podia
waarop hij steeds zichzelf vergat

geen woede is het die hij demonstreert
maar een verwoed en heilig moeten
tot gekwordens toe wordt hij door hen
bewogen tot geweld desnoods
hun instrument is hij, zijn stokken
artefacten van magische ritmes
voor de orgies van de slagen
om ze op te jagen, terug jullie
naar de horde, naar de dieren
naar het krijsend delen van het leven
naar het rijk van voor de woorden

 

Joost Barbiers 23/2/1949 – 14/11/2015

Het gesprek gaat door. Hij is nog lang niet weg. Soms denk je iets te ontdekken, wat dan een raadsel blijft.

Toewijding

We wisten niet wat je bewoog
en waar je per se heen wilde.
Je praatte zoekend over vissers,
net als jij geroepenen. Ook voor jou
was het een afwachten, een luisteren
en een geloven, tot dat weten werd
en overheersend, heilig moeten.

Hier wordt geen storm getrotseerd.
Die armen, was dat dan jouw bravoure?
Hoe meer je weghakte, hoe machtiger
ze werden. Kan het zijn, Joost,
dat het werktuigen zijn, bevrijders?

Met een zuidwester op staat hij
naar het noordoosten statement
te zijn in musschelkalksteen.
Doordat hij in zwijgen is gehuld
is het dat hij kan blijven spreken.