Tagarchief: ondertitelen

Vertalen van gesproken teksten in audiovisuele producties.

6 tips om je Nederlands te verbeteren

Lees ook: Nederlands leren, 17 tips

Raar maar waar

Voor (beginnende) vertalers en ondertitelaars is en blijft de kwaliteit van het Nederlands een groot probleem. Voor veel andere Nederlanders trouwens ook.

Een vorig bericht van mij, ‘5 manieren om los te komen van de brontaal’, heeft hier zijdelings mee te maken. Om de kwaliteit van je Nederlands zelf te verbeteren kun je de volgende dingen doen:

Het is te doen, je de/het goed gebruiken

  1. Veel Nederlandse romans lezen, liefst niet de allernieuwste. Je passieve Nederlands, je taalgevoel in feite, gaat er enorm van vooruit, mede doordat allerlei weggezakte zaken al lezende opnieuw tot leven worden gewekt.
  2. Een abonnement op een goede krant nemen en die ook elke dag lezen.
  3. Bij twijfel dingen opzoeken in de Van Dale en andere degelijke naslagwerken.
  4. Bij zo ongeveer alle taalkwesties: de adviespagina’s van Onze Taal raadplegen, http://www.onzetaal.nl/taaladvies Allerlei veelgemaakte fouten met  hun/hen, welk voorzetsel bij een werkwoord te gebruiken enzovoort kun je hier terugvinden, voorkomen en afleren.
  5. Heb je problemen met de/het, koop en benut dan het boekje Het is te doen van Marian Hoefnagel. Binnen enkele weken doe je het bijna altijd goed.
  6. Abonneer je op Beter Spellen: http://www.beterspellen.nl/website/index.php en doe vijf dagen per week een kleine test.

5 manieren om los te komen van de brontaal

Een van de moeilijkste dingen voor veel beginnende vertalers en ondertitelaars is het loskomen van de brontaal, die hun enige echte houvast is. Vaak draait het uit op een zich jaren voortslepend proces met veel negatieve feedback van eindredacties.

Dit zijn vijf simpele manieren om dat proces enorm te verbeteren en te versnellen:

  1. Zet je af tegen de brontaal. Leer jezelf sowieso af om de eerste woorden direct uit de brontaal vertaald over te typen (een veel gemaakte fout, waardoor je jezelf aan de brontaal vastketent). Eén voorbeeld van je afzetten: ‘I don’t believe it!’ niet vertalen met ‘Ik geloof het niet.’ maar met ‘Dat lijkt me stug.’ of ‘Ik geloof er geen barst van.’ enzovoort.
  2. Leef je in in de tekst en de situaties. Zeg wat jij als Nederlander in die situatie zou zeggen of verklaren.
  3. Proef uitdrukkingen op de tong en lees je werk hardop voor. Als je dit doet, vergeet je even dat je aan het vertalen bent en word je weer de authentieke Nederlandse taalgebruiker die je eigenlijk bent en die grappig genoeg veel beter kan omzetten dan de vertaler in je.
  4. Deel je werk op in fasen en neem pauzes ertussen. Maak eerst een complete kladversie (dus niet zin voor zin meteen gaan zitten herlezen en verbeteren want dan krijg je geen afstand tot de tekst). 2e fase, zonodig: research. 3e fase, bij voorkeur na verloop van tijd: nalezen en corrigeren.  4e fase: nogmaals nalezen en corrigeren. 5e fase: je vertaling hardop nalezen. Laatste fase: spellingscontrole.
  5. Bouw een arsenaal op van omzettingen en do’s en don’ts. Hou een lijst bij van goede omzettingen, plus een lijst met dingen die je beslist niet moet doen: zoals bijvoorbeeld ‘what’s going on?’ blind vertalen met ‘wat is er gaande?’ of ‘that sounds more like it’ met ‘dat klinkt er meer naar’ – dit laatste hybride Engerlands komt uit de ondertiteling van de zeer leuke docufilm Catfish, die door de VPRO met zeer belabberde ondertiteling is uitgezonden (met veel ‘warenhuizen’ in plaats van ‘pakhuizen’ en zo).