De I Tjing, het ultieme zelfhulpboek

Van anti naar pro

In de jaren dat ik aan mijn vertaling van de Daodejing werkte, moest ik me wel  verdiepen in de I Tjing, die ooit aan de basis van het taoïsme stond. Doordat ik om me heen had gezien hoe min of meer labiele mensen zich aan het boek overgaven en daar nadelen van ondervonden, had ik er weinig vertrouwen in en zelfs een afkeer van. Maar toen ik het ging lezen, raakte ik onder de indruk van de procesmatige levenswijsheid die ik tegenkwam op elke pagina. Ik stelde mijn oordeel bij naar: zeer waardevol wijsheidsboek.

Ik geloof nog altijd niet dat in de I Tjing magische krachten schuilen, maar een orakelachtig ritueel rond de raadpleging ervan hoeft voor mij totaal niet meer suspect te zijn, integendeel, het is noodzakelijk.  Hoe dat zit, leg ik hieronder uit.

I Tjing, Het boek der veranderingen, vertaling Richard Wilhelm
I Tjing, Wilhelm-vertaling
I Tjing, Het boek der veranderingen

Bij een werk uit een andere cultuur ontstaan er al gauw misverstanden. Wij westerlingen denken anders dan de Chinezen, en helemaal anders dan de Chinezen van duizend, vijfduizend jaar en langer geleden. De vertaling van I Tjing, ‘boek der veranderingen’, is dan ook vaak aanleiding voor misverstanden. Wij westerlingen, behoudzuchtigen wat minder, wensen verandering. We geloven massaal dat dingen te veranderen zijn, dat we het leven, de samenleving, de wereld, aan onze wensen kunnen aanpassen. Veranderen zien wij veelal als een goede zaak, alsof elke verandering een verbetering is. Daarmee doet het wensdenken dan zijn intrede.

De I Tjing baseert zich op veranderingsprocessen in de natuur zoals die nu eenmaal in hun algemeenheid plaatsvinden, tussen mensen, tussen volkeren en in ons innerlijk. Van oudsher willen we graag weten in welke veranderingsprocessen we zoal zitten en in hoeverre we ons daarin optimaal gedragen, en we kunnen de I Tjing lezen of raadplegen om daarachter te komen. De I Tjing als hulpmiddel om de zelfkennis uit te breiden dus.

Daar komt geen toekomstvoorspelling bij kijken. Uiteraard is het zo dat mensen met levenservaring, ouderen, wijzen, kijkend naar de mensen en de processen waar ze zich in bevinden, soms met grote waarschijnlijkheid kunnen aangeven waar het wel op zal uitdraaien. Op vergelijkbare manier kan de I Tjing bij alle mogelijke veranderprocessen vingerwijzingen geven omtrent mogelijke toekomstscenario’s. Meer toekomstvoorspelling bestaat er wat mij betreft niet.

Het procesmatige

Terwijl de Chinezen het leven en alle verschijnselen van oudsher procesmatig beschouwen, krijgen wij in het Westen steeds meer de neiging alles intellectualistisch te bekijken en met onze wetenschappen vast te leggen in abstracte theorie. Al vinden we ook bij ons het procesmatige hier en daar wel terug, bijvoorbeeld bij ingenieurs en natuurkundigen, gemiddeld lijken de Chinezen er nog altijd veel meer dan wij van doordrongen dat je niet stukjes uit het gebeuren in de wereld los kunt maken om er vervolgens harde conclusies over te trekken. Ontwikkelingen maken voor hen nog altijd deel uit van grotere gehelen, die we voor een aanzienlijk deel nu eenmaal niet overzien.

Hoe fout wij vaak met onze rationelere kijk zitten, kunnen we dagelijks zien aan o.a. de stroom statistieken van het verkeerde soort, het soort dat uitspraken suggereert over veel meer dan het onderzochte en dat daardoor meestal maar zeer ten dele klopt. Het zijn simplificaties waarvoor allerlei zaken buiten beschouwing zijn gelaten. Enkele voorbeelden: het ‘bewijs’ dat roken hielp tegen dementie (de rokers kwamen door hun vroegere dood minder aan dementie toe), en het ‘bewijs’ dat koffie kankerverwekkend zou zijn (de koffiedrinkers rookten meer dan niet-koffiedrinkers).

Yin en yang

Het is voor de westerling nog best te volgen als door de Chinezen gesteld wordt dat alles altijd in zijn tegendeel verkeert en dat alle verschijnselen en fenomenen zich altijd bewegen tussen twee uitersten. Dat de twee basale werkende factoren daarbij yin en yang zijn, de twee tegengestelde prinicipes waarvan alles wat leeft is doortrokken, zeer ruime begrippen met allerlei verschillende betekenissen (als we ze in onze talen willen vertalen), maakt dat de Chinese kijk op het leven op westerlingen overkomt als oncontroleerbaar en ongrijpbaar. Hoe kunnen we ooit, denken wij, iets zinnigs zeggen over de wereld waarin we leven met begrippen die zo veel zo verschillende connotaties hebben? Het antwoord moet luiden: door in die begrippen te gaan denken.

yin
yang
vrouw man
aarde hemel
schaduwzijde zonzijde
water vuur
stilte / rust beweging / actie
koud warm
maan zon
zwaar licht
dood leven
binnen buiten
inademen uitademen
sluiten openen
ontvangen scheppen
noord zuid
even oneven
+
zwart / donker wit / licht
gebroken lijn doorlopende lijn
Het systeem van trigrammen en hexagrammen

Een raadsel van de I Tjing is en blijft voor mij hoe het mogelijk is dat een oude agrarische beschaving de stap zet van natuurlijke verschijnselen en processen, zowel uiterlijke als innerlijke, naar een systeem bestaand uit een beperkt aantal codes van lijnen en onderbroken lijnen die ook nog eens veranderlijke aspecten kunnen bevatten, de 8 trigrammen en de 64 daarvan afgeleide hexagrammen, waarbij de trigrammen…

…symbolen zijn van elkaar afwisselende overgangstoestanden, en de hexagrammen staan voor zoiets als de 64 essentiële veranderingsprocessen in het heelal, inclusief ons uiterlijke en innerlijke leven. Het stelsel van trigrammen en hexagrammen doet in zijn complexiteit en elegantie denken aan beroemde wiskundige en natuurkundige theorieën.

Als het ontstaan van iets in nevelen is gehuld, de nevelen van vele eeuwen in het geval van de I Tjing, zul je altijd zien dat er legendes ter verklaring in omloop zijn. Een zo’n legende is: ene Fu Xi zou bijna 3000 jaar voor Christus de trigrammen hebben overgetekend van het schild van een schildpad. Een mooie symbolische verklaring voor een geleidelijk, natuurlijk ontstaansproces.

 Het orakel en het onbewuste

Ik dicht de I Tjing, zoals gezegd, geen magische krachten toe. Daarmee bedoel ik: ik geloof niet dat het mogelijk is dat we na enkele worpen met muntjes door magische krachten of hoe we het ook moeten noemen uitkomen bij uitgerekend het hexagram dat over ons probleem gaat. Vaak wordt Jungs theorie over synchroniciteit erbij gehaald (dat dingen verband met elkaar kunnen hebben zonder dat er oorzakelijkheid in het spel is, ofwel toeval dat geen toeval is), en ook de kwantumfysica wordt wel ter verklaring aangevoerd.  Ik geloof niet in die theorieën, maar wil ze ook niet per se uitsluiten. Er blijft genoeg over wat de I Tjing bijzonder maakt, en daarover wil ik het hier hebben.

Onze hersenen bevatten, net als die van mensen van duizenden jaren geleden, honderd miljard neuronen, evenveel als sterren in een sterrenstelsel, en een nog veel groter aantal onderlinge verbindingen daartussen. Die allemaal samen vormen ons onbewuste. Ons onbewuste bevat dan ook veel meer kennis, weten, inschattingen enz. dan we bewust kunnen weten. Het bewuste, rationele, intellectuele, wat we het denken noemen, is daarbij vergeleken maar beperkt. Bovendien zit er in ons denken veel ruis, veel misvatting en misverstand, helemaal als het gaat om onze eigen levensomstandigheden. Ons denken lijkt weliswaar ons meest betrouwbare houvast, maar het is zeer de vraag of het dat ook is. Het zit ons bovendien vaak in de weg, vooral als we met een probleem worstelen. Alle aanleiding dus om ons denken uit te schakelen als we werkelijk willen weten hoe het met ons probleem zit.

Het ritueel rond de raadpleging

Het verrichten van rituele handelingen is een uitstekende methode om het rationele denken voor even uit te schakelen en zo een open houding te bewerkstelligen. Tevens krijgt het onbewuste dan de gelegenheid actief te worden.

Soms lukt het ons ook zonder rituele handelingen. Zo kent elke vertaler het verschijnsel dat hij maar niet uit een vertaalprobleem komt, tot hij het voorlegt aan een collega: nog voor die antwoord kan geven, komt hij zelf vaak opeens op de oplossing. Dat kan wonderlijk lijken, maar de verklaring is simpel: zodra hij zijn probleem aan de ander voorlegt, laat hij het zelf los. Dat wil zeggen, ergens in zijn onbewuste vindt een verandering plaats die tot deblokkering leidt, en daarmee vaak tot de oplossing.

Hoe gaat dat bij de I Tjing, als we die volgens hedendaagse voorschriften raadplegen? Om te beginnen hebben we al een flexibele houding, zo van ‘ik wil dit probleem voor even uit handen geven’. Vervolgens dienen we nog eens over ons probleem na te denken en het op te schrijven. Dan concentreren we ons volgens voorschrift opnieuw op het probleem en werpen zesmaal de muntjes, en noteren de uitkomsten, die leiden tot ons eerste hexagram, dat staat voor de huidige situatie. Met behulp van de lijnen die verandering aanduiden komen we tot ons tweede hexagram, dat staat voor de eventuele toekomstige situatie.

Niet alleen hebben we het probleem dan door al die handelingen almaar meer losgelaten en ons onbewuste de gelegenheid gegeven actief te worden, we staan er nu ook nog eens voor open om zowel naar de huidige situatie te kijken als, los daarvan, naar de toekomstige situatie. Met andere woorden, nog voor we een letter van de levenswijsheden in de I Tjing gelezen hebben, zijn twee veel voorkomende blokkades – de huidige situatie niet willen zien en niet openstaan voor de toekomstige situatie – zomaar geslecht!

Met een bijna ideale mindset om problemen op te lossen, gaan we verder. We lezen in de I Tjing de uitleg, ‘het oordeel’ en ‘het beeld’, eerst van het hexagram ‘huidige situatie’. De teksten zijn gesteld in termen afkomstig uit een nauw met de natuur verbonden wereld en gaan over natuurlijk processen, waaronder menselijke gedragingen en gemoedstoestanden, en ze werken ook nog eens als metaforen. Wij, met ons onbewuste vrij beschikbaar, zijn bereid die op wat voor processen dan ook toe te passen. En doordat de teksten een algemeen karakter hebben (als je zus of zo doet, dan gebeurt allicht dit of dat; dit is wel heilzaam, dat niet enz.) zijn ze op zeer veel verschillende situaties toepasbaar. Je kunt ook zeggen, zoals Jung in zijn inleiding op de Wilhelm-edities zegt, ze lenen zich voor projectie vanuit ons onbewuste.

Dachten we oorspronkelijk misschien dat de teksten uitsluitsel geven over ons probleem, ons veranderingsproces, in werkelijkheid is het ons eigen onbewuste dat, in samenspraak met de van praktische levenswijsheid doordrenkte teksten, zich erover uitspreekt. Ten slotte denken we nog eens rustig over ons probleem en het gevondene na, en dan hebben we een beeld van de huidige situatie dat vermoedelijk veel objectiever is dan we ooit in ons normale doen met ons bewuste denken hadden kunnen krijgen. Hierna doen we hetzelfde met de teksten bij het hexagram ‘toekomstige situatie’. En uiteindelijk hebben we een beeld van het overgangsproces waar we ons mogelijk in bevinden.

Wijsheidsboek en orakel van ons eigen onbewuste

De I Tjing mobiliseert dus het onbewuste van de raadpleger, die daardoor zelf als een soort hulp-I Tjing kan meedenken en meewerken aan de beantwoording van de door hemzelf gestelde vraag. Dit is het wat de I Tjing in mijn ogen tot het ultieme zelfhulpboek maakt.

Geniaal en wonderlijk is de I Tjing niet alleen vanwege de levenswijsheid die erin is vervat en het verbluffende stelsel van trigrammen en hexagrammen, maar ook omdat hij ons in staat stelt het geniale en wonderlijke in onszelf te activeren en te benutten.

De innerlijke I Tjing, vertaling H. Schipper
Liu I-ming, De innerlijke I Tjing (1796), Nederlandse vertaling H. Schippers, 2008

 

De taoïstische I Tjing van Liu I-Ming (1796), Engelse vertaling Thomas Cleary
Engelse vertaling van    Thomas Cleary, 1986

De lijst van yin- en yang-connotaties is ontleend aan tekens van leven.nl

6 gedachten over “De I Tjing, het ultieme zelfhulpboek”

  1. Heel interessant om jullie gesprek te volgen, en dat vanuit het Afrikaanse Oeganda. Dus mijlenver van het oude China, wat het des te interessanter maakt. En uitdagender, omdat het kunnen ‘omgaan met de dingen’ voor een westerling zwaar op de proef wordt gesteld…

  2. Dag Bartho,

    Je schrijft: “ik twijfel heel eerlijk gezegd nog een beetje – komt Javary niet met correcties?” Nee, vooralsnog niet. Ik denk dat het boekje voor hem nu ook enigszins achterhaald is; het is tenslotte maar een klein onderdeel van zijn oeuvre.

    “Het toeval als iets zinvols. Ik kan het niet uitsluiten, maar er ook niet echt in geloven.”
    Voor mij heeft het niets met geloof te maken: ik KIES er voor om het toeval een zinvolle betekenis te geven. Ik kan ook zeggen dat het niets betekent en het daar bij laten. Dat is ook een keuze. Maar in principe kan je alles wat je ‘toevallig’ overkomt in je voordeel gebruiken. Ingewikkelder dan dat zou ik het niet willen maken. Een voorbeeld: in november had ik op LinkedIn een stukje geplaatst over ‘toevalmanagement’: ik zie graag dat bedrijven leren inzien dat toeval niet is iets wat per sé tegen je werkt maar wat je ook vóór je kunt laten werken. Het adagium is vaak “we laten niets aan het toeval over!” Ik zou zeggen, laat maar wat meer aan het toeval over, maar dan op een gecontroleerde manier (zoals je dat doet met de Yijing). Nadat ik dat stukje het geplaatst ging ik een eindje fietsen en mijmerde ik onder het getrap een beetje dat iedereen wel toeval meemaakt waarbij je denkt ‘krijg nou wat’. Ik moest denken aan Gordon die tijdens een interview in zijn date-programma een vlinder op bezoek kreeg. Dat was voor hem heel bijzonder omdat het met zijn overleden moeder te maken had. En zo mijmerde ik nog wat verder. Wat vliegt er een minuut later voor mijn fiets langs? Een vlinder! In november! Ik had het nog nooit eerder meegemaakt. Dat ik mijmerde over het toeval en dat dan zoiets gebeurt zag ik als een opsteker: meneer Mesker, u hebt een punt. Het was een mooie en bijzondere ervaring waar ik niet omheen kon. En die ervaring, die vind ik het belangrijkste, zonder de noodzaak te voelen om die ervaring uit te wringen en er Diepzinnige Doorwrochte Analyses op los te laten.

    “In mijn blog suggereerde ik al wat jij wellicht om andere redenen ook zegt: dat het door de flexibiliteit en wijsheid van de teksten bij de hexagrammen (én doordat veel toch altijd herleidt wordt tot het dynamische evenwicht yin/yang) niet heel veel uitmaakt bij welke je terechtkomt.”
    In principe maakt dat inderdaad niet uit. In mijn optiek moet je er echter wel van uit gaan dat het hexagram wat je krijgt het meest juiste antwoord is wat je had kunnen krijgen. Oftewel: er zijn geen ontsnappingsclausules, geen nooduitgangen (“ik snap er niks van dus ik zal wel wat fout hebben gedaan”, of “misschien moet ik nog maar een keer gooien, misschien komt er een duidelijker/mooier/passender hexagram uit”) – je accepteert dat dat wat je krijgt dat daar voor jou dát in zit waar je wat mee kan. Dat andere hexagrammen ook van toepassing zouden kunnen zijn is niet relevant want die hexagrammen heb je niet gekregen. Dat wat je krijgt daar kan je wat mee. Als je dat niet kunt accepteren dan heb je een probleem, want dan is het makkelijk om uitvluchten te verzinnen om niet iets met het antwoord te doen. En dan kan je misschien maar beter een boswandeling gaan maken. Dat jij het ziet als ‘activering van het onbewuste’ vind ik prima, dat doet niets af aan de waarde die zo’n boek als de Yijing (of andere soortgelijke systemen) kan hebben.

    “Aan de andere kant: zal het in sommige perioden niet zo geweest zijn dat wijze oude mannen hun hele leven al niets anders deden dan voor hun vorst met die hexagrammen in de weer zijn en dat ze die daardoor zo goed kenden dat ze bijv. na een gesprekje met iemand die hen raadpleegde in staat waren er meteen de juiste hexagrammen bij te pakken?”
    Als het gaat om de Yijing: nee. Want de Yijing was nadrukkelijk een orakel en daar ging je niet zelf maar een hoofdstuk uit pakken wat je zelf passend vond – dan maakte je er een erg subjectieve aangelegenheid van. Het zou je als waarzegger dan ook grote moeite kosten om je koning een ‘zwaar’ hexagram te presenteren zoals 23, 38, 47 etc. Want dat zou niet erg op prijs worden gesteld, als zo’n hexagram iets zei over het functioneren van de koning. Door het toeval te gebruiken (of in de oude visie, de voorouders te laten spreken) had je meer vrijheid van spreken, want hé, “don’t shoot the messenger.”

    “Ik krijg hier (ik zit in São Luís, Brazilië) heel binnenkort de Portugese I Ching, vertaling Alayde Mutzenbecher, die met Javary in Parijs zou hebben samengewerkt. Ken jij die tekst toevallig? Ik ben uiteraard bereid bepaalde dingen op te zoeken als je daar benieuwd naar zou zijn en het Portugees niet machtig bent.”
    Dank maar ik beheers het Portugees niet dus dat boek zou aan mij verspild zijn. Ik ken de auteur ook niet. Mocht je kans zien dan zou je eens met Ely Britto (http://healing-tao.com.br/ely-britto/) kunnen praten, zij was een goede kennis van Steve Moore en Steve heeft ook eens een artikel geschreven over de Yijing in Brazilië. Mocht je daar interesse in hebben dan kan ik het wel eens voor je opzoeken. Jaren terug heb ik wel met Ely gecorrespondeerd, zij is een fervent Yi-gebruikster en een heel aardige dame om eens mee af te spreken.

    Hartelijke groet,

    Harmen.

  3. Ik kan me helemaal vinden in je verhaal Bartho. Er is niets geheimzinnigs of zweverigs aan het gebruik van de Yijing. Wel vind ik dat er in het Westen te veel nadruk op de tekst wordt gelegd en de trigrammen (en het hele hexagram) worden genegeerd. Daar heb ik onlangs een filmpje over gemaakt: https://youtu.be/sWLBqIY0iKU . De daoïstische Yijing van Liu Yiming is overigens ook in het Nederlands vertaald door Harry Schippers als ‘De Innerlijke I Tjing’. Hartelijke groet, Harmen,

    1. Beste Harmen,
      Dank voor je reactie. Ik heb je video bekeken en vind hem zeer interessant. De Schippers-vertaling heb ik in mijn bezit – die tekst stemt op heel veel plaatsen overeen met mijn eigen intuïtie.

      Onlangs heb ik het boekje ‘Understanding the I Ching’ van Javary gelezen, een Engelse vertaling van zijn inleiding. Ik vond het nogal spectaculair dat hij meldt dat de hexagrammen aan de trigrammen voorafgingen. Deze tekst zal je ongetwijfeld bekend zijn. Ook zijn pleidooi voor de titels van de hexagrammen (geen statische zelfstandig naamwoorden maar dynamische werkwoorden) leken mij meteen heel juist gezien.

      Ik overweeg dan ook aan de hand van Javary een aanvulling te schrijven.
      Overigens niets in ‘Understanding’ over de willekeur/magie van door het werpen van muntjes bij hexagrammen terechtkomen die speciaal op de vraagstelling van toepassing zouden zijn. Dat dat zou kunnen, ben ik dus niet bereid aan te nemen.
      Hartelijke groet,
      Bartho

      1. Dag Bartho, zoals je in het filmpje hebt kunnen zien waren de trigrammen al vrij oud – we vinden ze al op de orakelbotten en ook daarna komen we ze veelvuldig tegen. Ik denk dat Javary’s stelling dat de hexagrammen bestonden vóór de trigrammen niet meer hard te maken valt. Ik heb hem wel eens gevraagd hoe hij er nu, in het licht van de laatste archeologische vondsten, tegenaan kijkt maar daar nooit antwoord op gekregen. Het boekje van Javary is zeker interessant maar begint wel gedateerd te raken als hij zegt dat de trigrammen tijdens de Han-dynastie zijn ontstaan want het Shifa document (en de orakelbotten, bronsinscripties etc.) toont aan dat ze veel ouder zijn.Steve Moore geeft dezelfde overtuiging in zijn boek ‘The Trigrams of Han’ maar toen hij hoorde van de laatste recente vondsten wilde hij zijn boek herschrijven. Helaas is hij daar niet meer aan toegekomen.

        Veel namen van de hexagrammen zijn inderdaad vaak werkwoorden, maar dat gaat niet overal op: hexagram 48 (井) en hexagram 50 (鼎) zijn namen van voorwerpen. Of een hexagramnaam een werkwoord is valt ook niet met 100% zekerheid te zeggen als je geen context hebt – en laat nou net in de meeste gevallen de context ontbreken. Ik zou werkelijk niet weten hoe we Kun 坤 moeten vertalen omdat dit karakter uitsluitend in de Yijing voorkomt, zonder context, of we vinden het in veel latere toelichtingen en daar heb je door het tijdsverschil voor het accuraat vertalen van de Yijing niet veel aan. De opgegraven Yijing-versies kunnen echter nog wel eens helpen om een goede keuze te maken bij het vertalen van kernbegrippen. Dat heng 亨, door Wilhelm vertaald als ‘bevorderlijk’, refereert aan een offerritueel is dank zij bv. de Shanghai Museum Zhouyi wel duidelijk geworden. En de gebruikte vocabulaire in de Yijing is dezelfde als die we in andere divinatieteksten tegenkomen waarmee toch wel wordt aangetoond dat het een orakelboek is wat dan ook op die manier vertaald dient te worden ipv als een filosofisch boek.

        Wat betreft het gebruik van de Yijing: daar is voor mij niets magisch aan, maar ik ervaar wel de waarde van het betekenisvolle toeval. Dat het door toeval verkregen hexagram je zinvolle informatie kan geven is voor mij niet vreemd meer. Tegelijkertijd ben ik van mening dat op elke situatie, op elk moment, elk hexagram van toepassing is. Maar door het toeval krijg je het hexagram wat het meest van toepassing is. Daarmee is toeval een objectieve adviseur die je invalshoeken laat zien die je anders wellicht had gemist.Toen ik mijn standpunt over het gebruik eens ventileerde op een sceptisch forum reageerde een deelnemer met “nou dan kan ik ook een boswandeling maken.” “Inderdaad,” zei ik, “dat werkt ook goed.” Want voor mij is er niet zo veel verschil tussen een boswandeling of de Yijing gebruiken.

        In het Westen is het standpunt “het ontstaat door toeval dus kan het niet zinvol zijn.” In het oude China zeiden ze eerder “het ontstaat door ‘toeval’ dus moet het wel zinvol zijn.” Maar dat komt ook omdat de oude Chinezen er de hand van hogere machten in zagen. En die kan je natuurlijk niet negeren. Ik heb nooit een Chinees equivalent kunnen ontdekken voor ons woord ‘toeval’. Het Engelse woord ervoor vind ik wel mooi, want dat heeft 2 betekenissen die voor mij allebei van toepassing zijn: chance.

      2. Beste Harmen,
        Dank je wel voor je prachtige, informatieve, geduldige reactie weer. Ik ben maar een leek, en als zodanig blij te weten dat Javary’s ‘bewijs’ dat de hexagrammen aan de trigrammen voorafgingen achterhaald is (ik twijfel heel eerlijk gezegd nog een beetje – komt Javary niet met correcties?). Ik kon het me ook niet goed voorstellen. Je denkt toch dat iets natuurlijkerwijs min of meer organisch moet ontstaan, wat betekent: eerst het eenvoudige, dan het ingewikkeldere, dus eerst trigrammen en dan pas hexagrammen.

        Het toeval als iets zinvols. Ik kan het niet uitsluiten, maar er ook niet echt in geloven. Vandaar misschien ook dat ik in het orakel-aspect geneigd ben niet meer (en niet minder!) dan de activering van het onbewuste van de raadpleger te zien. In mijn blog suggereerde ik al wat jij wellicht om andere redenen ook zegt: dat het door de flexibiliteit en wijsheid van de teksten bij de hexagrammen (én doordat veel toch altijd herleidt wordt tot het dynamische evenwicht yin/yang) niet heel veel uitmaakt bij welke je terechtkomt. Aan de andere kant: zal het in sommige perioden niet zo geweest zijn dat wijze oude mannen hun hele leven al niets anders deden dan voor hun vorst met die hexagrammen in de weer zijn en dat ze die daardoor zo goed kenden dat ze bijv. na een gesprekje met iemand die hen raadpleegde in staat waren er meteen de juiste hexagrammen bij te pakken?

        Ik krijg hier (ik zit in São Luís, Brazilië) heel binnenkort de Portugese I Ching, vertaling Alayde Mutzenbecher, die met Javary in Parijs zou hebben samengewerkt. Ken jij die tekst toevallig? Ik ben uiteraard bereid bepaalde dingen op te zoeken als je daar benieuwd naar zou zijn en het Portugees niet machtig bent.

        Hartelijke groet,
        Bartho

Geef een reactie